Groot Nieuws

Hoe zien wij de ander?

EO
  1. Nieuwschevron right
  2. Hoe zien wij de ander?

Een meditatie van proponent Wim Braaksma uit Bodegraven, naar aanleiding van Handelingen 16:1 tm 5.

Luisteraars,

Heeft u zich weleens afgevraagd hoe wij als mensen onderling naar elkaar kijken? We hebben allemaal zo ons eigen karakter. We vinden elkaar aardig, of mogen elkaar juist helemaal niet. Iemand wordt ervaren als open, een ander juist als gesloten. Joviaal, of juist stug. Het is ook heel menselijk dat we een beeld van elkaar vormen. Het is een middel om de wereld voor ons zelf beheersbaar te houden. We willen immers zo weinig mogelijk onverwachte dingen meemaken, en daarom zorgen we ervoor dat we op een bepaalde manier tegen elkaar aankijken. Maar stel dát we iemand als onaangenaam ervaren, dan lopen we eerder de kans te zondigen als we lelijk tegen hem gaan doen.

Hoe kunnen we dan zódanig naar elkaar kijken, dat we toch níet zondigen? En deze vraag beantwoorden we door na te gaan op welke manier Timotheüs betrokken werd in de dienst van God. De schrijver Lukas wil daar nadruk opleggen door het woordje ‘zie’ te gebruiken: “En zie, er was daar een zekere discipel van wie de naam Timotheüs was. En de lezer moet begrijpen: wat ik nu lees, moet ik zéker niet vergeten. “En zie, er was daar een zekere discipel van wie de naam Timotheüs was.” Paulus zag iemand staan, geschikt voor het werk in Gods Koninkrijk. Hoe kijken mensen zodanig naar mij at ze mij recht doen? En wat kan ik er zelf aan doen om eerlijk behandeld te worden? Moet ik mezelf promoten? Moet ik mezelf opleuken op Facebook? Kijk eens, hoe lief heb ik de Heere? Hoe zorg ik ervoor dat anderen mij terecht positief beoordelen? “En zie, er was daar een zekere discipel van wie de naam Timotheüs was.” Wat een troost moet dat voor Paulus geweest zijn. Hij had onenigheid gekregen met Barnabas over een zendingsmedewerker.

Op zijn tweede zendingsreis moest Paulus het dan maar zónder Barnabus doen. Dat zal hem niet in de koude kleren zijn gaan zitten. Paulus is in ieder geval een ervaring rijker geworden als het gaat om het kiezen van medewerkers. Je moet dat zorgvuldig doen. Al ons werk in het Koninkrijk van God, ook als het gaat om het zoeken van mensen om dit werk een plek te geven, gebeurt niet zonder fouten. En wat moet het dan een troost voor Paulus geweest zijn: “En zie, er was daar een zekere discipel van wie de naam Timotheüs was.” De Heere gaat door. Paulus ziet een potentiële medewerker. Paulus bleef namelijk om zich heen kijken en hij ziet iemand stáán. Want zo werkt de Heere blijkbaar: mensen die werkzaam zijn in Gods Koninkrijk kijken om zich heen en kiezen andere mensen uit om ook in dat werk betrokken te worden. Hoe kijken wij naar elkaar?

Hoe betrekt Paulus Timotheüs bij het werk in Gods Koninkrijk? “En zie” zegt Lukas. Timotheüs valt op bij Paulus. Het lijkt erop dat Lukas wil benadrukken: Paulus heeft er goed aan gedaan om Timotheüs te kiezen. Paulus kijkt in de gemeenten rond waar hij op bezoek is. Hij is daar heen gegaan om deze gemeenten weer te bezoeken en om die te versterken in het geloof. Dus hij práát met mensen. En de mensen zeggen tegen Paulus herhaaldelijk: “Zeg Paulus, heb je al eens kennis gemaakt met Timotheüs?” Er gaat dus een goed gerucht uit van

Timotheüs. “Gerucht?” Nee, meer dan dat. Lukas verwoordt het als volgt: Timotheüs “van wie een goed getuígenis gegeven werd door de broeders in Lystre en Ikonium”. Dat woord ‘getuigenis’ heeft iets juridisch in zich, zoals je getuigt voor een rechtbank. Als een ander een goed getuigenis van je heeft en van je geeft, dan is hij ervan óvertuigd dat je een goede werker bent in het Koninkrijk van God. Hoe kijken wij naar elkaar als we met de Heere leven? Had Timotheüs er ínvloed op hoe de mensen naar hem keken?

De vraag is eigenlijk óf je wel moet werken aan je imago. Is het niet beter dat je met het oppoetsen van je imago je helemaal níet bezig houdt? Timotheüs heeft een goede reputatie. En dat geldt van meer mensen in het Nieuwe Testament. Als in Handelingen 6 de zeven diakenen worden gekozen dan is hun goede reputatie een grond daarvoor. En dan wordt erbij gezegd dat ze vol zijn van de Heilige Geest en van wijsheid. Dus je werkt niet zélf aan je goede reputatie, maar het is genáde die je krijgt van God in het leven mét de Heere. Hoe kijken wij naar elkaar? Zijn we erop uit om in de ander liefde tot de Heere op te merken?

Ook als iemand op de puinhopen zit van zijn leven en uitsluitend uit plichtsbesef gelooft in God? Willen we dat ook in zíjn leven het vuur van Gods Geest weer gaat branden, zodat ook híj een goede reputatie van de Heere mag ontvangen? Nee, wij kunnen niet over het hart oordelen, en dat hoeven wij ook niet. Het leven dat ik met de Heere leid is een zaak tussen God en mij. Dat leven speelt zich allereerst af in de stilte van het mensenhart. Daar gáát een ander niet over. Het is wel bepálend voor mijn reputatie, maar een ander die naar mij kijkt kan alleen de vrúchten zien van dat afhankelijke geloof in God, niet het geloof zélf. Daar gaat alleen de Heere over.

Maar, mét dat ik in de stilte van mijn hart dichtbij God leef én dicht bij de mensen, daar word ik opgemerkt, én daar merk ik ánderen op. Ik zie bij mezélf juist die ik-gerichtheid de kop opsteken. Ik ben gevoelig voor het oordeel van anderen. En dat is op zichzelf niet verkeerd. Een mens heeft het op zijn tijd nodig om een compliment te krijgen: goed gedaan van je! Maar ook hier geldt dat mijn gezonde zelfwaardering begrensd moet worden door God in de vorm van zelfverlóóchening.

Mijzelf zien als een instrument in de hand van God om anderen te wijzen op diezelfde God in alle ootmoed en nederigheid. Onze levenshouding mag een verwijzing zijn naar God. En misschien heb je dan maar heel weinig volgers op Twitter, of maar heel weinig like-jes op Facebook. En toch, wie zijn ik-gerichtheid als zonde belijdt voor Zijn God, en ziet dat Christus in zijn plaats de straf ook daarvoor heeft gedragen, die is een gelukkig mens, die is tevreden met wat hij heeft, omdat Hij alles heeft in zijn Gód. En dát valt op als wij naar elkaar kijken. Want zó heb je een goed getuigenis, een goede reputatie bij de mensen.

Amen.