Evergreens

Deze platenbaas was het brein achter Elvis, Cash en Orbison

foto: ANP
  1. Nieuwschevron right
  2. Deze platenbaas was het brein achter Elvis, Cash en Orbison

De kans is aanwezig dat je nog nooit van deze Amerikaan hebt gehoord, maar zonder hem geen rock-'n-roll - en dus geen moderne popmuziek. Aan de oevers van de Mississippi in Memphis richtte hij het legendarische Sun Records op: Sam Phillips.

Het pandje staat er nog steeds, aan de Union Avenue van rock-'n-roll-hoofdstad Memphis. Ingebed tussen een pizzazaak en het ziekenhuis staat het huisje van Sun Records, met nog altijd een volledig uitgeruste opnamestudio. De woorden die oprichter Sam Phillips op de ruiten schreef - 'We record anything-anywhere-anytime' - kloppen wat dat betreft nog steeds. Het concept was simpel: iedereen kon op de bonnefooi naar binnen lopen en voor een paar dollar een plaatje opnemen en als Phillips het wat vond, werd het nog uitgebracht ook.

Zo werd Sun in korte tijd de bakermat voor zwarte artiesten in een sterk gesegregeerd Memphis. Blueszangers als B.B. King en Howlin' Wolf waren begin jaren '50 kind aan huis bij Phillips, die bovendien Ike Turner had aangesteld als talentenscout en producent. Zijn eigen nummer 'Rocket 88' werd in de Sun-studio opgenomen en geldt als het beginpunt van de rock-'n-roll.

Elvis Presley

Het open huis dat Sun Records was, trok ook jonge muzikanten aan, bijvoorbeeld om goedkoop een moederdagcadeautje op te nemen. Elvis Presley was er zo één: hij nam in de zomer van 1953 twee liedjes op, enerzijds om zijn moeder mee te verblijden, maar ook in de stiekeme hoop dat hij bij Phillips kon doorbreken. Dat lukte niet direct, en ook bij de tweede opnamesessie van Presley een halfjaar later was de platenbaas nog niet onder de indruk. Maar drie keer is scheepsrecht: toen Presley na weer een dag vruchteloos spelen ineens een vurige versie van 'That's All Right' inzette, was Phillips verkocht.

Om deze inhoud te tonen moet je toestemming geven voor social media cookies.

Johnny Cash

Rond die tijd durfde ook Johnny Cash het aan om een bezoek te brengen aan Sun. Met de Tennessee Two, zijn huisband, had hij wat gospelliedjes voorbereid en Cash - net terug van zijn dienstplicht in Duitsland - stond erop dat Phillips hem zou aannemen. Dat gebeurde niet: de gospel viel niet in goede aarde en Phillips snauwde dat Cash maar beter kon gaan, want religieuze liedjes verkochten niet meer. Toen Cash even later met het in Beieren geschreven 'Folsom Prison Blues' zijn rockabilly-kant liet zien, bleek Phillips wel overtuigd. Ook Cash kreeg een contract en bleef drie jaar bij Sun Records voor hij naar het grotere Columbia verkaste.

Om deze inhoud te tonen moet je toestemming geven voor social media cookies.

In korte tijd had Sam Phillips een behoorlijk sterrenensemble verzameld rond zijn platenmaatschappij. Cash en Presley werden al snel vergezeld door gitarist en rock-'n-roll-pionier Carl Perkins, terwijl Jerry Lee Lewis en later Roy Orbison aan de lopende band hits scoorden. Maar de schulden liepen bij Sun ook in rap tempo op en de enige manier om het hoofd boven water te houden, was om hun grote namen te verkopen aan grote labels. Presley ging voor $40,000 (tegenwoordig bijna een half miljoen) naar RCA, Cash even later dus naar Columbia. Zo snel als Phillips de rock-'n-roll had opgebouwd, zo snel zag hij zijn ontdekkingen verdwijnen naar het grote geld. In de jaren '60 werd Sun opgekocht door Shelby Singleton, die de illustere rock-'n-roll-plaatjes uit de jaren '50 opnieuw uitbracht. Toen al was Sun vooral iets van het verleden, maar de manier waarop Phillips het startschot van de rock-'n-roll gaf, staat voor altijd in de annalen geschreven.

Advertentie via ster.nl
Advertentie via ster.nl