Teun van den Elzen- Wachtrij(d)en

Voor onze rubriek 'Niet zonder ons" schreef Teun van den Elzen deze column over ons gemis naar...files?

Wachtrij(d)en     Teun van den Elzen, 22 april 2020 


Nu het voelt alsof de natuur (of God, of Satan, of China) een potje Pesten speelt tegen de mensheid en ons continu de kaart 8 toewerpt, staat Nederland massaal in de wacht.  
Het gevolg is een andere “uitbraak”, die parallel loopt aan het virus en ook in Brabant het wijdst verspreid lijkt: de plattelands-drive-in. 


Provinciale wegen rondom ‘McStreek’ drive-ins zijn dichtgeslibd met een onophoudelijke stroom stationair-lopende auto’s. Mensen staan uren in de rij voor asperges, orchideeën, tuinplanten, melk en eieren. Zijn het wéér de boeren die files veroorzaken.  
Maar er zijn ook drive-thru’s voor ijs, pannenkoeken, biefstuk en zelfs bier. Autorijdend bier scoren: only in Brabant (oké, en Friesland en de Achterhoek). Volgens de Tilburgse bier-ondernemer “knijpen de BOA’s een oogje dicht”. Da’s Brabants voor “de BOA’s zijn te bezopen om hun ogen nog open te houden.” 


Er zijn zelfs uitvaart drive-ins (drive-out leek mij treffender, maar oké), waarbij je stapvoets langs de kist + familie rijdt. Daarna kun je door naar het tweede loket voor koffie en cake, neem ik aan.  
In Waalwijk bleek zo’n rijdend alternatief niet mogelijk, want het uitvaartcentrum ligt aan een doodlopende (!) straat. Oh, de ironie. Hier lijkt de boerenaanpak mij de beste oplossing: hijs de kist, bestift met naam in kwestie, op de platte kar en maak een rondje door de stad. Veel duurzamer ook, vindt Jesse Klaver fijn. 


Ik doe hier nu lollig over uitvaarten, maar grote kans dat ik volgende week ook gewoon loop te claxonneren naar tante Corrie tussen zes planken. Of tante Corrie naar mij… In dat geval ben ik niet gestorven aan Corona maar Karma, denk ik. 
Er worden ook drive-by verjaardagen gevierd, waarbij de jarige job vanaf de inrit zwaait naar voorbijrijdende visite. Je hoort Juliana vanaf haar wolk al 
roepen: “ik zei toch dat dit de beste manier was!” (Oei, als u deze grap snapt, behoort u tot de risicogroep).  


Mijn favoriete drive-in is (natuurlijk) de Udense aardbeien drive-by. Die ikzelf dan weer Aard-by had genoemd. Of ik zou druiven verkopen: druive-by. Of iets Aziatisch: sambal-… Oh, die grap zal ik wel weer niet mogen MAKEN IN DIT LAND! (Dit was ironie, maar dat zal wel weer niemand SNAPPEN IN DIT LAND!). 


Ook bij de fastfood-reuzen staan rijen van een uur. Dus die mensen wachten voor fast-food? Alsof je eerst antidepressiva slikt en daarna Schindler’s List opzet: weg effect.  
De drive-in. Dat is kennelijk waar de Nederlandse massa (en dan heb ik het puur even over hun lijf in kilo’s niet in aantallen) in tijden van crisis naartoe vlucht.  


Dit snap ik niet. Waarom zou je zo lang wachten voor drie milkshakes of één bakje aardbeien, als je ook gewoon in de supermarkt plastic bekers kunt kopen om in de berm te gooien? 
Mijn stelling: we snacken in files, omdat we snakken naar files. Allereerst omdat de file ons herinnert aan gelukkige tijden: wat was het ultieme symptoom van onze economische voorspoed? De file! 
Op dat punt zijn we nu: de nare dingen van de goeie ouwe tijd, zijn nu de goeie dingen in de nieuwe nare tijd. 


Bovendien stelt de file gerust. Als je verveeld vanuit je auto kunt kijken naar andere verveelde mensen in hún auto, dan weet je weer dat iedereen in Nederland (behalve mensen in de zorg, het kabinet en drive-in medewerkers) zich net als jij kapot verveelt. Zoals we vóór Corona naar de IKEA gingen om te zien dat heel Nederland geen smaak heeft.  


Combineer deze Nederlandse filedrift met de Brabantse polonaise-drang en voor elke aspergekraam ontstaat in no-time een ronkende rij Renaults waar 100% NL uit de speakers knalt. 

Niet zonder ons met Teun van den Elzen



Wilt u meer weten over hoe we met uw gegevens omgaan, lees dan ons privacy statement