Naar homepage
Vroeg op 5

Zondag 16 januari 2022
EO

foto: pixabay.com
  1. Nieuwschevron right
  2. Zondag 16 januari 2022

Een programma met gospel-praise- en worshipmuziek. En deze week een meditatie van
Leon van den Dool.

06:00-07:00
Lean On Me – Bill Withers
I Believe – Dolly Parton
The Simple Life – Gavin Chatelier
The Lord’s Prayer – Sister Janet Mead
I Can See Heaven – Terri Gibbs
Onvoorwaardelijk – Sharon Kips
Michael Row The Boat Ashore – Trini Lopez
N’oublie Pas – Larissa Baak
La Ballade Des Gens Heureux – Gerard Lenorman
Wind Beneath My Wings – Gladys Knight & The Pips
You Are The Sunshine Of My Life – Stevie Wonder
Tijd – Pearl Jozefzoon
Butterfly Kisses – Bob Carliste
Never Knew Love – Oleta Adams
No Greater Love – Bryan Duncan

07:00-08:00
Mrs. Robinson – Charlie Peacock
Journey Into The Mom – Lona
You Me And Jesus – Cliff Richard
Shine Your Light On Me – Oslo Gospel Choir
You Alone – Brian Littrell
Levenslied – Janine Beens & Rebecca Steensbergen
Dieu – Charles Aznavour
Everyone Needs A Little – Kari Jobe
He Touched Me – The Jaffo Gate Quartet
Hold On To Me – Point Of Grace
All Creatures Of Our God And King – Fernando Ortega
Alles Voor Mij Zijn – Joke Buis
Always On My Mind – Malcolm And Alwyn
Brightest And Best – Joanne
Trust In You – Wayne Watson

08:00-09:00
Vul Dit Huis Met Uw Glorie – Reyer & Mirjam de Jager
Samen In De Naam Van Jezus – The Credo Singers
Wat Hou Ik Van Uw Huis – Psalmen Voor Nu
U Bent Mijn Hulp, Heer – Remco Hakkert
Kom Tot Uw Heiland – Chr. Gem. Zangver. Looft den Heer
Door Uw Genade, Vader – Zanggroep & Combo
God Van Licht – LEV
God Is Getrouw, Zijn Plannen Falen Niet – Koorzang
Wat Voor Een Liefde Is Dit Toch – Herman Boon & Lydia Zimmer
Het Gaat Steeds Om U – Opwekking
Prijs Mijn Ziel De Hemelkoning – Massale Koorzang, vanuit de Doelen
Jezus’ Liefde Voor Mij – Sela
Veilig In Uw Armen – Gerald Troost
Eens Zal Op De Grote Morgen – Deo Cantemus

foto: eo.nl

Meditatie van Leon van den Dool:

Een kind dat langs komt - Lukas 2:41-52
Wonen naast een kerk en begraafplaats levert soms wonderlijke gesprekken op. Zo ook deze stralende zaterdagmiddag. Een dertiger komt op mij aflopen met de vraag of ik weet waar het oude grind van het graf neergelegd kan worden. Hij is, samen met zijn vrouw en kind, bezig met het onderhoud van het graf van zijn moeder. Niet om een antwoord verlegen leg ik uit wat de gebruiken zijn. Even later spreekt hij mij opnieuw aan, nu met de vraag of ik misschien een grote emmer heb. Ik ben die dag de beroerdste niet en kom even later met een grote emmer. Rob is helemaal tevreden. We raken in gesprek over zijn moeder; wie ze was, hoe ze leefde.

Rob vraagt aan mij wat ik in het dagelijks leven doe. Ik vertel hem dat ik predikant ben van deze kerk; en wijs naar de kerktoren. Zijn ogen lichten op en hij vertelt een merkwaardig verhaal. Rob vertelt dat hij zelf niet bekend is met het christelijk geloof, maar sinds twee a drie jaar weer Bijbelverhalen leest. Bij de geboorte van zijn zoontje kreeg hij namelijk een kinderbijbel van een goede vriend, met de woorden: ‘Misschien vind je het wel leuk om het eens voor te lezen. Maar ik wil je echt niet pushen ofzo’. Jarenlang ligt de kinderbijbel ergens in de hoek tot het moment dat Robs zoontje de kinderbijbel vindt en naar zijn ouders komt toe rennen om voorgelezen te worden. Sinds die dag, inmiddels alweer een aantal jaar geleden, wil zijn zoontje niets anders meer dan voorgelezen worden uit de bijbel. En zo wordt sinds die ene dag in het huis van Rob elke dag Bijbel gelezen: ‘Hij vindt het helemaal mooi! Sommige verhalen zijn wel wreed, maar het is wel eerlijk en echt. Hij neemt het helemaal op en bidt nu ook graag.’ Ik reageer verbaasd en enthousiast, en nodig ze uit in de kerk als ze klaar zijn met de emmer. Rob gaat het vragen.

Een jongen die zijn ouders meeneemt in geloof. Dat doet mij denken aan Jezus’ die in tempel is. Alle straten, huizen en tempelpleinen zijn binnenstebuiten gekeerd. Na drie dagen wordt Jezus uiteindelijk gevonden in de tempel. Het is een plek die niet in het hoofd van Jozef en Maria was opgekomen. Ze hadden de twaalfjarige Jezus overal verwacht, maar niet daar. Jezus’ reactie op de verwarring van zijn ouders is treffend: ‘Wisten jullie niet dat Ik moet zijn in de dingen van mijn Vader?’ Jezus roept zijn ouders, en ons tot de kern: 'Zijn waar Zijn Vader is'. Hij gaat ons daarin voor in zijn jonge leven, door in het alledaagse met God bezig te zijn. Tijdens het spelen met vriendjes, timmeren met papa, water halen, hout sprokkelen en luisteren naar zijn ouders. Maar ook in het horen naar Woorden van Zijn hemelse Vader - vandaag dus in de tempel. Dat laatste is niet opgekomen in het hart van papa Jozef en mama Maria - maar ook niet in die van hun familie, reisgenoten en vrienden in Jeruzalem. Net zoals het niet in mijn hart opkomt dat een kleine jongen zelf de Bijbel wil lezen. Zo gaan kinderen ons voor in geloof. Met een nieuw verlangen. Een verlangen om gekend te zijn door God. Voor het kind van Maria, maar ook van Rob, is dat alleen niet genoeg. Ze vragen letterlijk en figuurlijk om meer.

De bel gaat. Rob, zijn vrouw en het kind staan voor de deur met een lege emmer. Het zoontje zou heel graag de kerk van binnen willen zien. Ik pak de sleutel van de kerk. We lopen samen naar de kerk. Het zoontje vraagt en vraagt: ‘Waarom zit er een haan op de toren?’ In de kerk: ‘Wat voor namen zijn dat?’ en wijst naar het predikantenbord. ‘wat is dat houten ding daar?’ ‘De preekstoel’ reageer ik. Daar vertellen de dominees, mensen zoals ik, Woorden van God. Ik zeg het bijna beschamend omdat ik zoveel leer van de vragen en verrassende interesse van deze jongen. Deze jongen laat mij iets van Jezus houding zien, daar in de tempel. Je ziet Jezus’ daar luisteren, vragen en nadenken. Deze jongen neemt al de woorden op. In vers 46 staat dat Jezus naar de Schriftgeleerden luistert en hen vragen stelt. Het is precies de methode van het Joodse leren: eerst aandachtig horen en dan vragen stellen. Juist door vragen te stellen opent zich er een nieuwe wereld, word je wijzer en ontdek je Gods droom voor deze wereld.. Daar is Jezus, als geen ander, hongerig naar. Naar die wijsheid, naar die wil van zijn hemelse Vader.

We lopen weer richting de uitgang van de kerk. De jongen kijkt mij aan en stelt nog de laatste vraag: ‘Waarom heeft God mensen gemaakt?’ Ik denk na, en antwoord hakkelijkend: ‘Misschien wel om voor God te leven; Hem en anderen lief te hebben, zoiets?’ In de tempel klinkt het antwoord op deze vraag, als een roeping voor ieder van ons: ‘Om in het huis van je Vader te zijn.’ Dit zijn de eerste woorden van Jezus in het Evangelie. Ze zijn zélf Evangelie: een goede, een blijde boodschap. Ze drukken namelijk uit waartoe God mensen heeft gemaakt: ‘om te zijn in de dingen van de Vader.’ Als je daar bent vind je leven. En dat kan ‘gewoon’ in het alledaagse, Jezus is in al zijn jonge jaren ‘gewoon’ kind geweest. Hij moest dingen - net als wij - leren met vallen en opstaan, door te oefenen en kind te zijn van zijn ouders. Door ‘gewoon’ vragen te stellen. Jezus’ slaat het gewone leven niet over, maar is daar te vinden. Het kind leert mij dat. Verwonder je. Kijk. Vraag.

Rob, zijn vrouw en kind zeggen gedag en bedanken mij voor de gastvrijheid. Ik bedank hen voor de ontroerende ontmoeting. Ze vroegen mij om een lege emmer, maar ik heb er een overstromende emmer vol water voor terug gekregen. Wat een vraag niet kan doen. Ik bid je toe dat je deze week weer de waanzinnige kracht van een vraag mag ontdekken. Misschien herken je dan wel het Kind dat in het ‘Huis van Zijn Vader is’.