Groot Nieuws

15 april: Bevestiging van Petrus
EO

  1. Nieuwschevron right
  2. 15 april: Bevestiging van Petrus

De meditatie n.a.v. Johannes 21:1-17, wordt verzorgd door dominee Willem van ’t Spijker, predikant van de Chr. Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt ‘De Verbinding’ in Hilversum.

Groot Nieuws

Muziekgegevens

1) Prijs mijn ziel de Hemelkoning, NHB Gez. 147

2) Heer, ai maak mij Uwe wegen, Ps. 25: 2 en 6

3) Wilt gij van zonde en schuld zijn verlost, JdH 542

4) Als nieuw geboren, naar Psalm 32

5) O liefde Gods, oneindig groot, JdH 571

6) Ga niet alleen door ’t leven, JdH 53

7) Lof zij de Heer, LvdK Gez. 434: 2 en 5

8) Mijn Jezus ik hou van U, Opw. 392

9) Ik heb de vaste grond gevonden, LvdK Gez. 440

10)Looft nu den Heer, want Hij is goed, Ps. 106: 1, 2, 21 en 22

11)Vrees niet, maar geloof dat de Heiland u kent, geen bundel

12)Uw liefde, Opw. 596


Meditatietekst


Lezen: Johannes 21 vers 1-17


1. Hierna verscheen Jezus weer aan de leerlingen, nu bij het Meer van Tiberias. Dat gebeurde als volgt. 2. Bij het meer waren Simon Petrus en Tomas (dat betekent ‘tweeling’), Natanaël uit Kana in Galilea, de zonen van Zebedeüs en nog twee andere leerlingen. 3. Petrus zei: ‘Ik ga vissen.’ ‘Wij gaan met je mee,’ zeiden de anderen. Ze stapten in de boot, maar de hele nacht vingen ze niets. 4. Toen het al ochtend werd, stond Jezus op de oever, al wisten de leerlingen niet dat het Jezus was. 5. Hij riep: ‘Hebben jullie soms iets te eten?’ ‘Nee,’ antwoordden ze. 6. ‘Gooi het net aan stuurboord uit,’ riep Jezus, ‘dan lukt het wel.’ Ze wierpen het net uit en er zat zo veel vis in dat ze het niet omhoog konden trekken. 7. De leerling van wie Jezus hield zei tegen Petrus: ‘Het is de Heer!’ Zodra Simon Petrus dat hoorde, schortte hij zijn bovenkleed op – meer had hij niet aan – en sprong in het water. 8. De andere leerlingen kwamen met de boot en sleepten het net vol vis achter zich aan. Ze waren niet ver van de oever, ongeveer tweehonderd el. 9. Toen ze aan land kwamen zagen ze een vuurtje met vis erop en brood. 10. Jezus zei: ‘Breng ook wat van de vis die jullie net gevangen hebben.’ 11. Simon Petrus ging weer aan boord en trok het net aan land. Het zat vol grote vissen, welgeteld honderddrieënvijftig, en toch scheurde het niet. 12. Jezus zei tegen hen: ‘Kom, eet iets.’ Geen van de leerlingen durfde hem te vragen wie hij was, ze begrepen dat het de Heer was. 13. Jezus nam het brood en gaf hun ervan, en hij gaf hun ook vis. 14. Dit was al de derde keer dat Jezus aan de leerlingen verscheen nadat hij uit de dood was opgestaan. 15. Toen ze gegeten hadden, sprak Jezus Simon Petrus aan: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je mij lief, meer dan de anderen hier?’ Petrus antwoordde: ‘Ja, Heer, u weet dat ik van u houd.’ Hij zei: ‘Weid mijn lammeren.’ 16. Nog eens vroeg hij: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je me lief?’ Hij antwoordde: ‘Ja, Heer, u weet dat ik van u houd.’ Jezus zei: ‘Hoed mijn schapen,’ 17. en voor de derde maal vroeg hij hem: ‘Simon, zoon van Johannes, houd je van me?’ Petrus werd verdrietig omdat hij voor de derde keer vroeg of hij van hem hield. Hij zei: ‘Heer, u weet alles, u weet toch dat ik van u houd.’ Jezus zei: ‘Weid mijn schapen.


Beste luisteraar, we zien hier de Opgestane Here die met zijn leerlingen de maaltijd houdt. Er is overvloed na de wonderlijke visvangst. Die overvloed is teken van wat de Here door zijn werk kwam mogelijk maken: Gods nieuwe wereld vol vrede en overvloed. Je hoort hier de echo van de bruiloft te Kana, waar overvloed aan wijn was en van de overvloed aan brood en vis, bij de spijziging van de vijfduizend.
Het leven in die nieuwe wereld is voor wie van harte de Here liefhebben en Hem dienen, door gelovig en gehoorzaam eigen kruis Hem achterna te dragen. Lieve luisteraar, als ik dat zo zeg zou het zo maar kunnen, dat u denkt: o, maar ik laat zo vaak dat kruisdragen achterwege, ik faal zo vaak in het dienen van de Here. Zou er voor mij wel plek zijn in die nieuwe wereld? Laten we dan vooral letten op het laatste stuk van het Bijbelgedeelte: dat gesprek tussen de Here Jezus en Simon Petrus.
Petrus had die dag steeds voorop gelopen. Ik ga vissen, zo had hij gezegd. De anderen volgden. Toen Johannes merkte dat de Here Jezus op de oever stond en dat tegen Petrus zei, snelde Petrus Jezus tegemoet. En toen Jezus vroeg om van de pas gevangen vis te halen, snelde Petrus vooruit.
Dan gaat Jezus met Petrus spreken. Is het u opgevallen? Steeds hoor je de naam Simon Petrus, of Petrus. Maar Jezus gebruikt de naam waarmee hij geboren werd: Simon, zoon van Johannes, heb je mij lief, meer dan de anderen hier?
’t Waren Petrus’ eigen woorden! Al zouden ze u allen in de steek laten, ik niet. Maar toen was er dat andere kolenvuur met die vraag: Hoor jij ook niet …? Ik ken hem niet...
Wat kan Petrus nu zeggen? Ja, Heer, u weet dat ik van u houd. Johannes gebruikt twee woorden voor liefhebben. agapaoo – liefhebben en fileoo – houden van. Jezus gebruikt dat eerste woord: liefhebben. Petrus gebruikt dat andere woord. u weet dat ik van u houd … Hij neemt geen grote woorden meer in de mond. Er is een nieuwe taak voor Simon: Weid mijn lammeren.
Weer vraagt Jezus: Simon, zoon van Johannes, heb je me lief? Hoort u het, luisteraar? De anderen worden niet meer genoemd. Ja, Heer, u weet dat ik van u houd. Hoed mijn schapen… bevestiging van de nieuwe taak.
Een derde keer: Simon, zoon van Johannes, houd je van me? Luister goed: Jezus gebruikt nu het zelfde woord als Petrus. Hij komt als het ware naast Petrus staan, in de diepte waar hij zich bevindt door de verloochening. Johannes vertelt, dat Petrus bedroefd werd, toen Jezus de vraag voor de derde keer stelde. Het deed pijn. Maar nu kan Petrus ook alleen nog maar op Jezus terugvallen. Heer, u weet alles, u weet toch dat ik van u houd. Weid mijn schapen.
Er is voor Petrus een taak – en een plaats in die nieuwe wereld, vol van vrede en overvloed. Nee, niet omdat hij zelf zo vol ijver is – maar omdat de Here alles weet – en daarom weet van die liefde, die zich vastklampt aan de liefde van de Here. Lieve luisteraar, dat zal ook voor u en mij de weg zijn en het houvast, dat uitzicht geeft. De liefde van de Here – die alles weet en mij blijft vragen: houd je van mij? O Heer – vraag altijd verder!