Groot Nieuws

10 juni: Vurige kolen op iemands hoofd stapelen
EO

  1. Nieuwschevron right
  2. 10 juni: Vurige kolen op iemands hoofd stapelen

De meditatie met als thema: ‘Vurige kolen op iemands hoofd stapelen’ wordt verzorgd door Wim de Knijff, voormalige EO collega en schrijver uit Den Helder.

Groot Nieuws

Playlist:

1) Juich aarde, juicht alom de Heer, Psalm 100:1, 2, 3 en 4

2) U prijzen om wie U bent, geen bundel

3) ‘k heb je lief met de liefde van de Heer, Opw. 69

4) Samen in de Naam van Jezus, Opw. 167

5) Warme deken, geen bundel

6) Neem mijn leven, laat het Heer, Joh de Heer 271

7) Gebed om Zegen, Opw. 710

8) Gebed voor de ander, geen bundel

9) Ik wil jou van harte dienen, Opw. 378

10)Looft, looft nu aller heren Heer, Psalm 134: 1, 2 en 3

11)God roept ons broeders tot de daad, LvdK 474

12)Heer wat een voorrecht, Opw. 249

13)Loof de Koning, heel mijn wezen, LvdK Gez. 602

Meditatietekst

Ik stel me voor, dat u het net zo leuk vindt als ik, om in een kringloopwinkel rond te slenteren. U zou mij daar al snel vinden op de boekenafdeling.

Een tijd geleden vond ik daar een klein boekje getiteld: Bijbeltaal en moedertaal. Doorgaans moet ik mezelf tussen tweedehands boeken stevig inhouden, maar dit keer twijfelde ik geen moment en kocht het. Het kostte ook maar -65 cent.

Ik wist tot dan toe echt wel dat onze taal onder invloed van de Statenvertaling verrrijkt is met een flink aantal uitdrukkingen uit de Bijbel. Maar dat het er wel meer dan driehonderd zijn, leerde ik uit dit boekje.

Ik pik er eentje uit. Kent u deze nog?: “ Vurige kolen op iemands hoofd stapelen”. Waar het letterlijk vandaan komt , dat vuurtje op je hoofd, ben ik niet te weten gekomen, maar wat het betekent, dat weten de meesten van ons nog wel. Het is: kwaad met goed vergelden. Ik lees het , zoals het er staat in Spreuken 25 : 21 en 22.

Als je vijand honger heeft, geef hem dan te eten, als hij dorst heeft, geef hem dan te drinken. Dan stapel je gloeiende kolen op zijn hoofd en de Heer zal je belonen.

Een prachtig verhaal, waarin dit principe toegepast wordt, vinden we in 2 Kon.6 : 14 – 23. Ik lees het u voor uit de NBV

Het werkte dus echt.

Ook in het NT komt het ‘stapelen van vurige kolen ‘voor:

Paulus haalt de tekst aan in Romeinen 12: 20. In vers 20 geeft hij de letterlijke tekst, maar daaraan vooraf in vers 14 citeert hij een woord van Jezus uit de Bergrede: Zegen je vervolgers, zegen hen , vervloek hen niet! En even verderop in vers 17 zegt hij: Vergeld geen kwaad met kwaad, maar probeer voor alle mensen het goede te doen.

We moeten zegenen dus i.p.v vervloeken.

Daar wil ik vanmorgen met u even bij stilstaan. Zegenen , zoals het hier staat, is in de Griekse grondtekst letterlijk ‘Goede woorden spreken’ , iemand het goede toewensen. En vervloeken precies het omgekeerde: Iemand kwaad toewensen. Ook in Spreuken, en wel in 18 : 21 staat, dat woorden macht hebben over leven en dood. Het gaat dus niet om een kleinigheid, wanneer je iemand het goede toewenst of het kwade. Denk maar eens aan de gevolgen van pesten. Een leven lang kan iemand er schade van ondervinden. En hoeveel positieve woorden krijgen onze kinderen eigenlijk toegezwaaid? Ooit werd ik me als opvoeder bewust, dat, voor je het weet, je opvoeding alleen maar uit negatieve correcties bestaat: Hou op, niet doen, wegwezen, kun je nooit eens even…., jij ook altijd…..

Nu munten wij in onze Nederlandse cultuur bepaald niet uit in het prijzen van anderen. We kennen het wel: Doe maar gewoon…..En als het om ontvangen van lof gaat, die anderen óns toezwaaien, maken we het ook al gauw kleiner: Nou…dat was toch vanzelfsprekend…..dat stelde niks voor toch?..... Dit kleinhouden van wat je zelf kunt en wat een ander van je vindt lijkt een typisch Nederlandse eigenschap, bang als we zijn om buiten onze schoenen te gaan lopen.

Ik las in een boek van een bekende Nederlandse cardiologe hoe zij in haar tienertijd een jaar in Amerika doorbracht en dat achteraf in het rijtje heeft gezet van beste ervaringen van haar leven. Zij schrijft er dit over: Ik kwam van een doe-maar-normaal- dan-doe-je-al-gek-genoeg-cultuur in een ‘you-can-do-it-and-you-are –great-cultuur. Het positivisme van de Amerikanen, het beste in jezelf naar boven halen, leren trots te zijn op jezelf, je talenten leren vinden of het nu rekenen, schrijven, koken, schilderen, fotograferen of horden lopen is. Alles telt. En..You Are great! Nou, schrijft ze, daar kan Nederland met zijn zesjescultuur veel van leren.

Ik kan deze woorden alleen maar onderschrijven, omdat ik zelf drie opgroeiende kleinkinderen in Amerika heb. En het is goed ook eens iets positiefs over Amerika te zeggen. Dat past geheel in het kader van mijn onderwerp vanmorgen. Je zou kunnen zeggen dat wij als Nederlanders voor het volbrengen van de Bijbelse opdracht om te zegenen er een extra tandje bij moeten zetten. Het komt ons op een of andere manier niet aanwaaien om opbouwende, positieve en bemoedigende woorden te spreken i.p.v. ontmoedigingen en veroordelingen.

Kortom: te zegenen i.p.v te vervloeken.

De vraag die ik vanmorgen aan mijzelf en u zou willen stellen is: Ben ik tot een zegen? Voor mijn gezin, vrienden, buren, kerk ,collega’s, de gemeenschap waar ik woon en leef?

Voor de jeugd in mijn kerk ( die krijgt n.l. vaak negatieve beoordelingen over zich heen), voor de predikant, voor de kerkenraad. Of voor wie ook maar op mijn pad komt? En….Is mijn kerk een plaats van bemoediging en zegen? Ook voor de degenen, die zich buiten de geordende paden begeven.

Onder de vele karakters, die de Bijbel ons presenteert, vind ik zelf Barnabas een persoon om mij aan te spiegelen: Zoon der bemoediging of vertroosting betekent zijn naam letterlijk. Het draagt het zelfde woord Parakletos in zich, dat ook voor de Heilige Geest gebruikt wordt. Die is ook een bemoediger, een helper, een die je erbij mag roepen, wat Parakletos ook letterlijk betekent. Het is interessant om in het Nieuwe testament de sporen van Barnabas te volgen om te zien hoe zeer hij zijn naam eer aan doet.

Tot slot wil ik met u lezen wat Petrus schrijft in 1 Pet. 3 : 9.:

Vergeld geen kwaad met kwaad. En als u wordt uitgescholden, scheld dan niet terug; zegen juist, opdat u ook zelf zegen ontvangt, want daartoe bent u geroepen.