Groot Nieuws
EO

9 augustus: Vertrouwen in de Vader

  1. Nieuwschevron right
  2. 9 augustus: Vertrouwen in de Vader

De meditatie met als thema: ‘Vertrouwen in de Vader’ (Mattheüs 6: 24-34) wordt verzorgd door dominee Jasper de Koning van de Hervormde Gemeente in Alphen aan den Rijn.

Muziekgegevens

1) Psalm 103: Loof, loof den Heer, mijn ziel, met alle krachten, geen bundel

2) Lof zij de Heer, Opwekking 386

3) Wees niet bezorgd, Joh. De Heer gez. 953

4) Zie de leliën op het veld, Joh. De Heer gez. 529

5) God van Liefde, God van trouw, geen bundel

6) Abba Vader, Opwekking 136

7) Psalm 42: ’t Hijgend hert der jacht ontkomen, geen bundel

8) Van U zijn alle dingen, LvdK gez. 465

9) Ik vertrouw op U, Opwekking 519

10) Nu alleen maar amen zeggen, geen bundel

11) Ere zij aan God de Vader, LvdK gez. 255

Meditatie

‘Godsvertrouwen’, dat zou een mooie titel zijn boven dit gedeelte uit de Bergrede. Het vertrouwen dat God als een vader zorgt voor Zijn mensen. Daaruit vloeit de onbezorgdheid voort waartoe de Here Jezus ons oproept uit voort.

Ja, Hij roept ons ertoe óp. Want Hij weet heel goed hoe moeilijk dit is. Voor die mensen die Hij vóór zich heeft. Hij wéét dat daar mensen bij zijn die werkelijk niet meer weten hoe ze rond moeten komen en hoe het vérder moet. Ouders van wie de kinderen met te kleine schoenen rondlopen omdat er eenvoudig geen geld is om nieuwe te kopen. Mensen, die niet meer naar de dokter of de tandarts gaan, simpelweg omdat ze het niet kunnen betalen. Omdat ze de verzekeringen die daarvoor nodig zijn niet meer kunnen opbrengen. Mensen, die stapels ongeopende aanmaningen in de la hebben liggen, omdat ze er simpelweg niet meer naar durven kijken. Naar de torenhoge schulden.

Hij ként onze bezorgdheid en Hij neemt onze bezorgdheid ook serieus, want Hij weet als geen ander waar wij vandaan komen. Hij weet als geen ander dat wij uit een wereld tevoorschijn komen, waarin eigenlijk alles in het teken staat van de dienst van hem, die Jezus hier Mammon noemt. De afgod die wij vooral in verband brengen met ‘geld’, maar wiens naam ons vooral herinnert aan het woord ‘amen’. Wiens naam daar ook vandaan komt. Mammon. M’amon. ‘Het zal waar en zeker zijn’.

Want Mamon is de god die je in deze wereld houvast belooft. Die je zekerheid in het vooruitzicht stelt. Door te zeggen: ‘Zorg dat je hébt, want dan heb je geen zórg.’ Dan heb je zékerheid in handen, vastigheid.

En de eén na de ander trapt erin. De één na de ander begint te slaven en te sloven om bezit te verwerven, om te zórgen voor zekerheid. In welke vorm dat dan ook bestaat: in geld en goed, aanzien, in wat dan ook.

En iedereen gaat er ook eindeloos mee door: want wanneer bereik je de beloofde zekerheid, wanneer heb je houvast? Als je 40 mille per jaar verdient, of 40 of 80? Als je 5 duizend euro op de bank hebt staan, of 10 of 15 duizend? Wanneer heb je zekerheid in het geloof? Als je bidt? Als je veel bidt? Als je heel veel bidt? Wanneer heb je genoeg, wanneer ben je daar zeker van? M’amon: letterlijk betekent dat ook ‘wanneer amen?’ Je weet het niet. Je weet het nooit. Je weet nooit zeker, wanneer je ‘amen’ kunt zeggen. Dat is totaal onzeker geworden.

En zo ben je er zomaar ingelopen. Zo zit je zomaar klem in de dienst aan M’amon. Hij belóófde je rust en zekerheid, maar wat je uiteindelijk gekregen hebt is ónrust en onzekerheid, wat je krijgt, is de voortdurende zorg of je wel genóeg hebt om zeker te kunnen zijn en te midden van die zorg zul je jezelf moeten zien te redden.

Uit die wereld kom je tevoorschijn. Uit een wereld die gedicteerd wordt door de zorg of het wel genóeg is. Of je wel genoeg hebt om zéker te kunnen zijn, of je wel genoeg hebt om ‘amen’ te kunnen zeggen op wat dan ook. Dat is het klimaat waarin je ademt en dat is het klimaat waarin je ook zomaar de adem wordt ontnomen.

Tenminste, als de Here Jezus niet telkens opnieuw naar je toekomt en zegt: ‘Nee’, jij niet. Want jij staat onder de macht en het gezag van een ánder. Jij staat onder de macht en het gezag van Mijn Vader. Van Hem alléén. Dus níet onder de macht en het gezag van de Mamon. Want je kunt niet twee heren dienen.

Dat mág alleen niet, dat kán ook niet. Daar hoef je dus geen zorgen over te maken. Juist omdat je omwille van Mij onder de macht en het gezag van Mijn Vader staat, hoef je je nérgens zorgen om te maken. Mag je ‘nee’ zeggen tegen de bezorgdheid, die meekomt in het dienen van de Mamon. Mag je ‘nee’ zeggen tegen dat stemmetje dat je steeds de vraag influistert of je wel genoeg hebt.

Dat zegt de Here Jezus je en dat laat Hij je hier ook zien. Dat tekent Hij hier. “Loop maar eens mee”, lijkt Hij je hier als het ware te zeggen. Loop maar eens mee en kijk maar eens omhoog, kijk maar eens naar de vogels in de lucht. Ze zaaien niet en maaien niet, ze verzamelen niet en slaan niets op in schuren. En toch voedt jouw hemelse Vader ze. Toch geeft Hij ze genoeg, geeft Hij ze alles wat nodig is om… vógel te kunnen zijn.

En kijk maar eens om je heen, kijk eens naar de bloemen in het veld. De zorg of ze wel genóeg hebben, de zorg of ze wel genoeg gedáán hebben. Ze hébben het niet, ze kénnen het niet. En ze krijgen alles. Alles wat nodig is om… bloem te kunnen zijn.

De vogels en de bloemen. Ze krijgen alles. Alles wat ze nodig hebben om te zijn wat ze mogen zijn. Wat ze móeten zijn. En let op, dat krijgen ze niet van hún hemelse Vader, nee, ze krijgen het van jóuw hemelse Vader. En als jóuw hemelse Vader al zo voor hén wil zorgen, hoeveel temeer zal Hij dan voor jóu willen zorgen.

Voor jou als mens die Hij kent en die Hij liefheeft als Zijn eigen kind? Sterker nog, voor wie Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft om jou te kunnen behouden. Om jou als Zijn kínd te kunnen behouden, om werkelijk jouw Váder te kunnen zijn.

En daarmee raakt Jezus het vertrouwen aan, het vertrouwen in God waar ik het in het begin over had. God heeft jou lief, bindt Hij je op het hart. Hij heeft jou lief als een Vader. En dat maakt dat je Hem kunt vertrouwen, zegt hij er achteraan, dat maakt dat je erop kunt vertrouwen dat Hij je geeft wat je nodig hebt. En het enige wat jij daarvoor hoeft te doen, is Hem te zoeken, Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid. Hem te zoeken, die jou telkens weer bij de hand wil nemen en je telkens weer zegt: “Loop maar eens mee en kijk maar eens om je heen. Naar al die tekenen van de zorg van mijn Vader in je leven. Naar de vogels in de lucht, naar de bloemen op het veld, naar het dak boven je hoofd, naar de gemeenschap om je heen, naar de geopende Bijbel in je handen, naar de tafel gevuld met brood wijn. Dat gééft Hij je. Daar mag je ‘amen’ op zeggen, want dát is genoeg. Genoeg om mens te kunnen zijn. Genoeg om kind van de Vader te kunnen zijn. Dat is genoeg. Meer dan genoeg.