Naar homepage
Groot Nieuws

28 november: Maar God
EO

foto: Willem Jan de Bruinfoto: Willem Jan de Bruin
  1. Nieuwschevron right
  2. 28 november: Maar God

EO-presentator Andries Knevel verzorgt vanmorgen de meditatie in Groot Nieuws. Het zal een bijzondere uitzending zijn want het is de laatste keer dat hij dit programma presenteert. Jarenlang heeft hij zich met veel enthousiasme ingezet voor Groot Nieuws, waarvoor we hem hartelijk danken. Op deze 1e advent lezen we uit Efeze 2: 1-10. Het thema van de meditatie is: Maar God.

Groot Nieuws

foto: Willem Jan de Bruin

Andries Knevel

Muziekgegevens

1) Psalm 56 ‘Ik roem in God, ik prijs ’t onfeilbaar woord’, Oude Berijming 1773

2) Ere zij aan God, de Vader, Gez. 93 NH-Bundel

3) O Heer, die onze Vader zijt, Gezang 463 LvdK ‘73

4) Vaste Rots van mijn behoud, Gez. 174 NH-Bundel

5) ‘k Heb geloofd en daarom zing ik, Lied 543 Joh.de Heer

6) Ik zal er zijn, Lied 770 Opw.

7) Psalm 118 ‘Laat ieder ’s Heeren goedheid loven’, Oude Berijming 1773

8) Veilig in Jezus’ armen, Lied 523 Joh.de Heer

9) Genade Gods oneindig groot, Lied 428 Opw.

10) Psalm 116 ‘God heb ik lief’, Oude Berijming 1773

11) Ga niet alleen door ‘t leven, Lied 53 Joh.de Heer

12) Wat de toekomst brengen moge, Gez. 300a NH-Bundel

Meditatie

Ik las onlangs het verhaal van een rabbi die met zijn hoofd tegen de muur bonkte telkens als hij in de Bijbel, in de Thora: En God sprak las. Dat kon hij niet bevatten, dat was voor hem te veel. En God sprak. Hoe kan een heilige God, Schepper van hemel en aarde en van de mens, nou ook nog tot ons willen spreken. En God sprak. Dat was te groot, te machtig voor hem.

Datzelfde gevoel, maar dan iets minder en ik bonk ook niet met mijn hoofd tegen de muur, heb ik bij vers 4 uit het gedeelte dat we samen lazen.

Daar staat in de vertaling die ik las. Maar God.

Eigenlijk is dat al een preek op zich. Maar God.

Het is het scharniermoment als ik het zo mag zeggen in de bekende verzen uit Efeze 2.

Dat hoofdstuk lijkt een beetje op Kolossenzen 1. Het is een gedeelte waarin Paulus als het ware zo enthousiast is dat hij de beelden over elkaar laat buitelen en soms een zin niet afmaakt. En aan de andere kant maakt hij een heel lang zin, die je een beetje in mootjes moet hakken om te weten wat hij begrijpt.

Als je Efeze 2, de eerste tien verzen wilt onderverdelen is het heel eenvoudig.

In de eerste 3 verzen vertelt Paulus aan de gemeente van Efeze hoe hun vroegere levensstijl en hun vroegere geloof was. En in de verzen 4 tot en met 10 juicht hij in verheven taal over de genade van God in Christus.

En de overgang tussen de twee gedeelten markeert hij dus met de woorden: Maar God.

Die woorden drukken, als ik het zo mag zeggen, de kern en het wezen van het Evangelie uit.

Maar God.

Hij nam het initiatief om mensen die van hem vervreemd waren en van hem afgeweken waren weer tot hem te trekken. Om ons medelevend te maken met Christus.

De eerste drie verzen van Efeze 2 zijn best heftig. Daar blijft weinig van de mens over. We leefden conform de geest van de wereld. We waren kinderen des toorns.

Ik ben maar even, zoals u merkt in de “wij” vorm overgegaan, omdat deze schildering niet alleen de gelovigen van Efeze betreft, maar ons allemaal. Dood door de misstanden en zonden, zo valt hij het hoofdstuk met de deur is huis. Hij verbloemt niet. Hij zwakt niet af, hij gebruikt geen omfloerste taal. Nee, ronduit. Dood door de misstanden en zonden en kinderen des toorns.

Maar, dan, juist dan, schittert ook die volgende tekst: Maar God.

De eerste drie verzen ontnemen ons alle hoop. Zeker ook de hoop dat we zelf nog iets van ons geestelijke leven zouden kunnen maken. Dan blijft er weinig van ons over.

En dus: Maar God.

Ik zei al eerder, dat is een hele preek. Daar zit als het ware al alles in.

Maar Paulus is bereid om het verder uit te leggen.

Als je verzen die volgen leest dan zie je een paar kernwoorden: barmhartigheid, liefde, goedertierenheid en genade, dat laatste woord zelfs twee keer.

Het zijn woorden die herinneren aan de taal van het Oude Testament. Goedertierenheid is daar een kernwoord bijvoorbeeld in de Psalmen.

Welnu diezelfde God, wil Paulus maar benadrukken, is de God die ons uit genade zalig maakt. Maar wel door en met en in Christus. Vier keer laat Paulus deze naam vallen, opdat we het allemaal goed zullen weten.

Levendgemaakt met Christus.

In de hemel gezet in Christus

De goedertierenheid over ons in Christus

Geschapen in Christus.

Opvallend dat het werk van Christus hier niet alleen wordt uitgedrukt als het werk van de verzoening, maar Paulus kijkt breder. Naar de schepping, ooit, naar de toekomst die aanstaande is, en ook nog naar onze roeping in de samenleving.

Geschapen in Christus Jezus tot goede werken.

Ik zei aan het begin van de meditatie al dat in dit gedeelten de beelden over elkaar heen buitelen. Paulus is er vol van.

En de vraag is of u en ik er ook zo vol van zijn. Althans, we hoeven niet als Paulus te zijn, maar voelen we mee hoe enthousiast Paulus hier is over het werk van de Drie-ene God?

Ik denk dat, wanneer je de beide gedeelten uit Efeze 2 een beetje mag meebeleven, dat enthousiasme groeit. Vanuit de beleving van eerste 3 verzen valt er weinig meer van ons te verwachten, maar dan komen die volle volgende verzen.

Maar God, die rijk is in barmhartigheid door Zijn grote liefde waarmee hij ons heeft liefgehad, ook toen wij dood waren door de misdaden.

Ja, dat staat er. God had ons lief, toen wij nog zondaars waren, zegt Paulus op een andere plaats.

De liefde en barmhartigheid zijn eenzijdig. Dat is het wonder van genade, beklemtoont hij. Want door genade zijn we zalig geworden. En de NBV zegt: ‘U dankt het niet aan uzelf. Het is een geschenk van God, en geen gevolg van uw daden’. Mooi gezegd. Genade als een geschenk van God.

Om met de titel van het bekende boek van Philip Yancey te spreken: Genade wat een wonder.

En dat alles door het bloed van Christus zal hij verderop in het hoofdstuk schrijven.

Yancey citeert in zijn boek Gordon Mc Donald die zegt: ‘De wereld kan vrijwel alles net zo goed als, of zelfs beter dan de kerk. Je hoeft geen christen te zijn om huizen te kunnen bouwen, hongerigen te voeden of zieken te genezen. Er is slechst een ding dat de wereld niet kan doen. De wereld kan geen genade aanbieden’.

En kan je genade uitleggen vraagt Yancey zich af? Nee, daarvoor is de genade te groot, ook iets dat niet van ons mensen komt, maar van God. Hij zegt, je kunt genade beter overbrengen dan uitleggen.

Hij heeft gelijk.

Als u mij vraagt waarom over God in vers 4 gezegd kan worden: Maar God, dan weet ik het niet, dan kan ik alleen maar stamelen dat dit het eenzijdige werk van God is.

Maar dan kan ik alleen maar dankbaar worden als ik lees dat deze God rijk is aan barmhartigheid. Door zijn liefde waarmee hij ons heeft liefgehad. En dat we dat mogen zien

In het werk van de Zoon, de verlossing door het bloed van Christus.

Efeze 2 vers 1 tot 10 is een overvolle tekst over de genade van God, maar hij is in twee woorden samen te vatten: Maar God.