Naar homepage
Groot Nieuws

12 jan: Hier mag je schuilen
EO

  1. Nieuwschevron right
  2. 12 jan: Hier mag je schuilen

Muziek en een meditatie met als thema “Hier mag je schuilen” (Exodus 19:4-6), verzorgd door Jirska Alberts, medewerker bij Compassion

Groot Nieuws

Muziekgegevens


1. Ja waarlijk, God is Isrel goed, Psalm 73: 1, 12 en 13

2. Als g’ in nood gezeten, Joh. de Heer 7

3. God van liefde, God van trouw, geen bundel

4. Hij, die op Gods bescherming wacht, Psalm 91: 1 en 5

5. Mijn schuilplaats is in God, geen bundel

6. Altijd welkom, geen bundel

7. Samen te dienen, Opwekking 249

8. God is een toevlucht voor de zijnen, Psalm 46: 1 en 6

9. Ik wil jou van harte dienen, Opwekking 378

10.Majesteit, Koning in eeuwigheid, Opwekking 475

Schrikt u ook wel eens van het nieuws op TV, online of in de krant?
* Ruim 4 op de 10 Nederlanders voelt zich eenzaam.
* 1 op de 10 Nederlanders slikt slaap of kalmeringsmiddelen.
* Ieder uur horen 13 mensen in Nederland dat ze kanker hebben.

Al die nood: kinderloosheid, een scheiding, het verliezen van een dierbare, het contact met je kind missen. Of het leed ver weg: vervolging, oorlog en armoede. Er is zoveel pijn en rouw in deze wereld.
Waarschijnlijk herkent u het ook in uw leven of in het leven van mensen om u heen.
Al dat verdriet: het roept in mij een enorm verlangen op om even weg te duiken en te schuilen bij God, maar ook het verlangen om iets te betekenen voor een ander in nood.

Rond 1500 voor Christus leefde er in Egypte een volk in nood: Israël leeft in slavernij. De mensen roepen het uit naar God. En God zegt: Ik heb hun sa’aq (hun roep) gehoord. Dat woord sa’aq betekent: Hoort iemand mij? Ziet iemand mij? Is er iemand die mij redt?

De God van de bijbel is een God die hoort en ziet en… die redt. Hij doet wat! Ook als u dat niet direct merkt. Hij wil namelijk al-tijd dichtbij komen.
God bevrijdt Israël uit Egypte en brengt hen naar hun eigen stuk land om daar in vrijheid te leven.
Onderweg zegt Hij tegen hen:
'U hebt gezien, wat Ik de Egyptenaren heb aangedaan, en dat Ik u op arendsvleugelen gedragen en tot Mij gebracht heb.‘
U kunt dit lezen in Exodus 19: vers 4

God vergelijkt zich op meerdere plekken in de bijbel met een adelaar. Deze vogel staat bekend om haar trouw en zorgzaamheid voor haar jongen. Terwijl vader op zoek gaat naar eten, verwarmt en bewaakt moeder het nest en andersom. De jonge adelaars schuilen bij hen. Er staat altijd een ouder op wacht. Zo is het ook bij God: Hij is altijd aanwezig, altijd een schuilplaats.

Als de jonge adelaartjes groeien, imiteren ze hun ouders in alles. Zo leren ze hoe het leven werkt. Zo worden de jongen volwassen, volwassen adelaars. God is als een adelaar voor ons. Hij wil een voorbeeld voor ons zijn, dat wij Hem nadoen.
Daarom is vers 6, uit hoofdstuk 19 van Exodus best logisch: ‘En u zult Mij een koninkrijk van priesters zijn en een heilig volk.' Wij leven in de aanwezigheid van God en schuilen bij Hem. En als we bij Hem horen dan mogen we ook op Hem gaan lijken. Namens Hem mogen we de sa’aq van mensen horen, dichterbij hen komen en een schuilplaats voor hen zijn. Met andere woorden: Als God u ziet als een koning en een priester dan nodigt Hij u uit om samen met Hem een schuilplaats te zijn voor uw naaste.

In het leven van elke dag kunnen we wel eens vergeten wie we zijn en welke rol we in het leven hebben. Zo ging dat ook met het volk Israël en dus gaf God hen een geheugensteuntje: Hij gaf hen kwastjes!
Waarom kwastjes? In de oudheid liet je met je kleding zien wat jouw status was in de maatschappij. Vooral de zoom van je kleed vertelde iets over je identiteit en over de mate van je gezag.

God gaf zijn volk de opdracht om aan de zomen van hun kleding kwastjes te maken. Die kwastjes vertelden hun elke dag wie ze waren: een volk van koningen en priesters.
De Israëlieten kenden dit gebruik wel. In die tijd versierden koningen namelijk hun kleding met die kwastjes. Wat moet dat bijzonder geweest zijn: je was een slaaf in Egypte en nu vergelijkt God je met een koning!
In dat kwastje werd ook een blauw draadje verwerkt. Hemelsblauw zoals de kleding van de hogepriester. Het was een herinnering voor de drager: let op, je bent van hemelse komaf, een combinatie van adel en het priesterschap. Je bent niet gemaakt om te heersen, maar om te dienen. Je bent net als God gemaakt om een schuilplaats te zijn.

Nou denkt u misschien: maar dat kan ik helemaal niet! Ik heb geen schuilplaats te bieden. Ik heb die vaardigheden niet. Ik speel geen belangrijke rol meer in de maatschappij. Ik ben geen volmaakt christen. Ik heb geen tijd. Of: Ik heb zelf zoveel verdriet. Maar ondanks al uw tegenargumenten hangen er ook aan uw zoom koninklijke kwastjes met een priesterlijk blauw draadje. Misschien vertrouwt u uzelf niet als schuilplaats en vindt u uzelf niet geschikt: God denkt daar toch echt anders over. Deze rol is ook voor u weggelegd.

Waarom ben ik daar zo van overtuigd? De Here Jezus kwam naar de wereld , omdat Hij de sa’aq van de mensheid hoorde: wie redt ons? Hij stierf de dood die u en ik verdienden en gaf ons er Zijn leven voor terug. Zijn leven. In ons. Door Zijn Geest. De Here Jezus zelf woont in ons. We hoeven ons leven niet uit eigen kracht te leven. Hij wil u helpen om Zijn voorbeeld te volgen. Hij wil u leren hoe u er kunt zijn voor een ander. Niet als een volgende ‘to do’ op uw lijstje, maar als een manier van leven. Minder van uzelf, maar meer van Hem. Minder voor uzelf, maar meer voor de ander.

God wil een schuilplaats zijn voor u en… als Zijn kind mag u Zijn voorbeeld volgen door een schuilplaats te zijn voor een ander. Zelfs al denkt u: dat lukt mij nooit… om welke reden dan ook. Met de Here Jezus in u is alles mogelijk, omdat Hij God is.

Wat God van u vraagt is niet onhaalbaar en tegelijk is het wel het grootste wat u voor iemand kunt doen of dat nou een buurman is, uw kleinkind of de bakker op de hoek. De ander echt zien. Luisteren naar zijn of haar verhaal. Meehuilen als dat nodig is of praktische hulp bieden. Wijs een ander soms mét, maar heel vaak zonder woorden op de God waar u in gelooft. Bij wie u schuilt. Dus koningskind met uw mooie priestertaken, onthoud wie u bent en vraag God om u gevoelig te maken voor de nood om u heen. Ik geloof dat u verstelt zult staan van wat God door u heen wil doen. Gods zegen!