Naar homepage
Groot Nieuws

5 september: Here, wees niet doof

foto: Willem Jan de Bruinfoto: Willem Jan de Bruin
  1. Nieuwschevron right
  2. 5 september: Here, wees niet doof

Een programma met veel muziek en een meditatie. De meditatie met als thema ‘Here, wees niet doof’ naar aanleiding van Psalm 28, wordt verzorgd door EO-presentator Andries Knevel.

Groot Nieuws

Andries Knevel

foto: Willem Jan de Bruin

Andries Knevel

Muziekgegevens

1) Psalm 118 ‘Laat ieder ’s Heren goedheid loven’, Oude Berijming 1773

2) Veilig in Jezus’ armen, Lied 523 Joh. de Heer

3) Groot is Uw trouw, o Heer, Lied 149 Joh. de Heer

4) Stil, mijn ziel, wees stil, Lied 717 Opw.

5) Psalm 143 ‘O Heer, wil mijn gebeden horen’, Oude Berijming 1773

6) Wie maar de goede God laat zorgen, Gezang 194 NH-Bundel

7) Psalm 28 ‘Ik roep tot U, o eeuwig Wezen’, Oude Berijming 1773

8) Als God, mijn God, maar voor mij is, Gezang 466 LvdK ‘73

9) De Here is mijn Herder, Lied 121 Opw.

10) Ruwe stormen mogen woeden, Gezang 178 NH-Bundel

11) Daar is een Helper groot van kracht, Lied 584 Joh. de Heer

12) Ere zij aan God, de Vader, Gezang 93 NH-Bundel

Meditatie

Telkens weer al ik de psalmen lees, ben ik onder de indruk van het feit hoe actueel ze zijn. Nu heb ik dat niet alleen natuurlijk, want de psalmen zijn door de eeuwen heen altijd erg geliefd geweest. Tot op de huidige dag.

Maar het is nogal wat dat een lied dat zo’n 3000 jaar geleden is gedicht ons mensen van de 21e eeuw nog zo kan aanspreken.

Wat mij betreft geldt dat ook voor psalm 28. Dat is een wat onbekende psalm, maar dat komt omdat hij vrijwel nooit wordt gezongen. Niet vanwege de inhoud, maar vanwege de melodie.

David zit in de problemen en hij vraagt God om hulp. Je zou kunnen zeggen: hij zit weer eens in de problemen en misschien wil dat God ook wel, want God zwijgt wanneer David bidt.

Mijn rots houdt u niet als doof, zegt hij. En als U blijft zwijgen, word ik een dode met de doden in het graf.

Dat zijn best heftige teksten. Here, wees niet doof. Wie van ons durft dat zo te zeggen tegen de Here God? En wie verwijt God dat Hij zwijgt?

Maar het is natuurlijk wel de realiteit in het leven, ook al zullen we deze woorden niet snel gebruiken.

De ervaring dat God, ja, hoe zeg je dat, doof is, of althans, dat het lijkt alsof Hij niet hoort, laat staan verhoort. Ik denk dat we het allemaal wel kennen.

Je bidt, maar het lijkt alsof je gebed niet verder komt. Of je bidt en de verhoring blijft uit.

Dan kan je de geestelijke moed opgeven. De Here luistert toch niet en als hij al zou luisteren, doet hij niet wat ik vraag. En ik vraag geen rare dingen. Ik vraag om gezondheid rond een ziekte, ik vraag om heling rond een echtscheiding en ik vraag om bekeren van mijn kinderen en kleinkinderen. Dat zijn gebeden waar de Here God toch wel naar zou moeten luisteren? Ja sterker, zo’n gebed zou toch wel verhoord kunnen worden? Vooral dat gebed om bekering.

We moeten aan het begin van deze psalm goed letten op de woorden die David gebruikt. Hij zegt tegen God: mijn Rots. Dat is heel belangrijk voor het verstaan van de tekst. De klacht van David komt niet voort uit ongeloof, maar uit geloof. Hij belijdt dat God zijn Rots is, ook als God niet luistert, ogenschijnlijk, en daarom blijft hij bidden.

In vers 2 staat in de grondtekst. Wanneer ik om hulp schreeuw!

En dat doet hij als hij zijn handen opheft richting de tempel. U weet dat was de plaats waar God woonde. David bidt dus richting de tempel. Dat is een mooi beeld voor ons als gelovigen in het Nieuwe Testament. We mogen bidden met gevouwen handen of opgeheven handen, op ieder moment van de dag, op iedere plek. Je haast zeggen: wat een voorecht. En je kan dat zeker zeggen wanneer je beseft dat wij mogen bidden omdat God Zijn trouw heeft betoond in het zenden van Zijn Zoon, de Here Jezus. Dat is geen dove God, maar een betrokken God.

Dat zegt David ook, wanneer hij ervaart dat God zijn gebed uiteindelijk verhoord heeft.

“Op hem vertrouwde mijn hart” zegt hij als hij op zijn schreeuw en zijn aanhoudende gebed terugkijkt. Daarvoor heeft hij de Here God verteld wat God met de mensen die hem belagen zou moeten doen, maar dan uiteindelijk in vers 6 komt de doorbraak.

U denkt misschien: dat is mooi voor David, maar bij mij gaat het anders. Ik heb nog niet veel redenen om hem te loven in mijn lied vanwege de verhoring van de gebeden. Bij mij gaat het anders. Ik zou willen dat ik kon zeggen; “Hij heeft mij smeekbede gehoord”.

Dat is begrijpelijk en ik herken de vraag. Wie herkent die vraag nu niet? Heeft niet iedere christen zijn gebedsworstelingen? Waarom hij wel en ik niet? Waarom kan David jubelen en ik niet?

Een gezang zegt: God gaat zijn ongekende gang vol donkere majesteit. Zo kan het voelen en zo kan je het leven ervaren.

Dan is het goed om naar het slot van de psalm te kijken. De laatste regel.

In die slottekst reflecteert David als het ware op wat er gebeurd is. Hij kijkt nog even terug op de heftige periode.

En dan zegt hij over de mensen rondom hem: wees hun herder en draag hen voor eeuwig.

In de SV: meid hen en verhef hen tot in eeuwigheid.

David kijk verder dan zijn eigen leven. Hij denkt nu aan de mensen om hem heen en aan zijn volk. En dan vraagt hij: wees hun Kracht, wees hun Redding. Maar vooral wees hun Herder en draag hen voor eeuwig!

Dat is het antwoord van David op onze vragen. De vraag waarom het gebed van David werd verhoord en van u en van mij ogenschijnlijk niet.

David wenst dat de Here God onze Herder zal zijn. En ja, daar komt het dus op aan. Want heeft God niet getoond een Herder te zijn, door de komst van Christus, waardoor Hij kon zeggen: Ik ben de goede Herder? En dat ben Ik niet voor een tijdje, dat wil Ik voor eeuwig voor Mijn volk zijn.

Dat is geen goedkoop antwoord, geen doekje voor het bloeden, als u dat diep in uw hart zou denken. Zo van: God heeft mijn gebed niet verhoord, maar wel Zijn Zoon gezonden, als ik het wat eenvoudig mag zeggen.

Nee, want David heeft ook geschreeuwd, niet even maar tijden lang. En het gebed van de Zoon van God werd op Golgotha niet verhoord.

Ik aarzel dat haast om te zeggen omdat ik niet een al te vroom antwoord op onze vragen wil geven, maar David gaat ons erin voor en Christus heeft het, mag ik het zo zeggen: waargemaakt.

Hij wenste dat God onze herder zou worden en we weten dat het gebeurd is. Daarmee zijn niet alle vragen over de leiding van God in ons leven beantwoord, maar met het antwoord dat God ons heeft gegeven mogen we het uithouden.

Zeker als we met David met deze psalm mogen belijden, dwars tegen de omstandigheden in: U bent mijn Rots, U bent mijn Schild, U bent mijn Kracht, U bent mijn Burcht, U bent mijn Herder en U draagt mij voor eeuwig.