Naar homepage
Groot Nieuws

27 okt: Eén kind gered. Eén Kind dat redt.

  1. Nieuwschevron right
  2. 27 okt: Eén kind gered. Eén Kind dat redt.

Muziek rond het thema van de meditatie “E´n kind gered. Eén Kind dat redt” (Exodus 2: 1-10). De meditatie wordt verzorgd door Dhr. Cock Kroon, kerkelijk werker in de Hervormde Maranathakerk in Lunteren. Presentatie: Andries Knevel

Cock20 Kroon20 202019

Groot Nieuws

Muziekgegevens

01) Ik loof den Heer, mijn God, psalm 34: 1, 6 en 11

02) Jezus ik wil heel dicht bij U komen, Opw. 502

03) Komt kinderen niet dralen, LvdK 441: 1,2 en 11

04) Mijn Jezus ik hou van U, Opw. 392

05) Gebed voor mijn kinderen, geen bundel

06) Jezus, rots van mijn vertrouwen, geen bundel

07) Looft, looft verheugd den Heer der heren, Psalm 105: 1, 3, 5 en 24

08) Ik bouw op Jezus, Opw. 694

09) Abba Vader, Opw. 136

10) Nader mijn God bij U, Joh. de Heer 456

Meditatietekst

Ik noem u vanochtend de naam van Johan van Hulst. Hij overleed vorig jaar op de zeer hoge leeftijd van 107 jaar. Van Hulst was directeur van de Hervormde Kweekschool in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. In het gebouw naast de school werden Joodse kinderen ondergebracht. Aan de overkant van de straat, in Hollandse Schouwburg, zaten de ouders van deze kinderen. Deze ouders waren met hun kinderen opgepakte tijdens een razzia en in afwachting van transport naar kamp Westerbork. Inmiddels wist men dat Westerbrok niet het eindstation was. Daarvandaan gingen er treinen naar het Oosten. De geruchten over wat er daar met hen gebeurde voorspelde niet veel goeds…

Johan van Hulst aarzelde geen moment toen hij benaderd werd om kinderen uit opvang weg te halen. Samen met de leiding van de opvang lukte het om ongeveer 600 Joodse kinderen van de gewisse dood in de gaskamers van Auschwitz te redden. Na oorlog kreeg Van Hulst hiervoor de Yad-Vasjem onderscheiding, hij werd een ‘rechtvaardige onder de volken’ genoemd. Maar hij kwam nooit los van dat wat er met Joden en Joodse kinderen was gebeurd. Hij moest vaak denken aan de kinderen die hij niet had kunnen redden.

In het Bijbelboek Exodus, hoofdstuk 2 gaat het over één gered kind. Dit kind wordt geboren midden in een crisistijd. Het voortbestaan van het Joodse volk wordt bedreigd. Na vele jaren van rust, voorspoed en welvaart is het tij volledig gekanteld. In Egypte is er een andere koning (Farao) op de troon gekomen. Deze heeft Jozef niet gekend (1:8); met dat oude verhaal over Jozef die het volk van Egypte voor een hongerdood behoede heeft hij helemaal niets. Deze Farao ziet de Israëlieten enkel en alleen als een bedreiging. Dit grote en vreemde volk binnen zijn landsgrenzen is voor hem probleem dat zo snel mogelijk opgelost moet worden. (Exodus 1:10).

Dit zorgt er voor dat de Israëlieten te maken krijgen met dwangarbeid. Daarnaast worden hen allerlei beperkingen opgelegd. Ouderen onder ons kennen de bordjes nog wel uit jaren ’40-45: Voor Joden verboden. Deze bordjes stonden bij zwembaden en bioscopen maar ook op een doodgewoon bankje in het park mochten Joden niet meer zitten. Op deze manier werd het net langzaam gesloten totdat er geen ontkomen meer aan was.

Israël was een slavenvolk in Egypte geworden. Dit volk mocht onder geen beding groeien. Daarom gaf de Farao het bevel om alle jongentjes die geboren werden te doden (Exodus 1:16; 22). Juist in die tijd werd er in een klein huisje een jongentje geboren (Exodus 2:1).

Zijn vader Amram en moeder Jochebed zijn afkomstig uit stam van Levi. Ze hebben elkaar, ondanks de zeer moeilijke omstandigheden, liefde en trouw beloofd. Na de geboorte van hun dochter Mirjam en zoon Aaron ontvangen ze opnieuw een zoon. Maar aan deze geboorte wordt geen ruchtbaarheid gegeven. Geboortekaartjes worden niet verstuurd en van een kraamfeest is al helemaal geen sprake. Zo min mogelijk mensen krijgen dit kind te zien., Het lukt deze jonge ouders om zijn geboorte drie maanden stil te houden.

Dit was een geloofsdaad! In Hebreeën 11 lezen we: ‘Door het geloof werd Mozes, toen hij geboren was, drie maanden lang door zijn ouders verborgen, omdat zij zagen dat het een heel bijzonder kindje was. En zij waren niet bevreesd voor het bevel van de koning’ (vers 23).

Maar na drie maanden gaat het niet langer en wordt dit kind te vondeling gelegd in de rivier de Nijl (Exodus 2:3). Ondanks het geloof in de God van Israël moet dit voor deze ouders vreselijk moeilijk en verdrietig zijn geweest. Je kind uit handen geven… Als vader en moeder doe je dit niet met droge ogen. Alles in je komt dan in verzet. Je wilt je kind vasthouden, beschermen en koesteren.

Ik denk aan de Joodse ouders in de Hollandse Schouwburg. Zij kregen de vraag of ze hun kind wilden laten onderduiken. Wat moet je op zo’n moment kiezen? Je kind uit handen geven in vreemde handen, waar komt het terecht? Door wie zal het opgevoed worden? Wie zal het beschermen en troosten? Maar als ik mijn kind meeneem de trein in, wat zal er dan van mijn kind worden? Wie kan mijn kind redden?

De zoon van Amram en Jochebed wordt gered uit de Nijl. De dochter van de Farao ontfermt zich over hem. Ze heeft medelijden met dit huilende joodse jongentje (vers 6). Wat zij en niemand nog weet is dat juist dit kind het volk Israël uit slavernij Egypte zal leiden. Dit geredde kind, die de naam Mozes krijgt, zal later door Here God ingezet worden als redder van Zijn volk.

Eén kind gered: Mozes. Eén kind dat redt: Jezus. Zijn Hemelse Vader beschermde Hem niet maar gaf Hem voor ons allen over (Romeinen 8:32). Zijn Vader hield Hem niet veilig Thuis maar zond Hem naar de wereld (Johannes 3:16). Dit kind wekte geen medelijden op maar haat en diepe ergernis. Hij werd bespot, bespuwd en weggehoond: ‘Kruisig Hem’ (Johannes 19:6). Huizen en harten werden en worden niet automatisch voor Hem opengedaan.

Gabriël Smit schreef hier gedicht over:

Een kind loopt langs de wegen,
het is een timmermanskind,
het komt veel mensen tegen,
het heeft veel tegenwind.

Het loopt met beitel en hamer
vriendelijk van huis tot huis
en biedt voor elke kamer
een gloednieuw, glanzend kruis.

Maar de deuren blijven gesloten,
men is van alles voorzien,
van stofzuigers, radio, loten,
een kruis en een naaimachien.

Een kind loopt langs de wegen,
het is een timmermanskind,
het komt veel mensen tegen,
het heeft veel tegenwind.

Juist dit kind redt! Zonder Hem is er voor Jood en heiden geen redding. En nog steeds zoekt Hij onderdak in huis en hart. Vandaag klopt Hij bij u aan. Ontvang en geloof want wie Hem in geloof ontvangt, die is voor eeuwig en altijd gered!

Amen.