Naar homepage
Groot Nieuws

Wees allen eensgezind
EO

  1. Nieuwschevron right
  2. Wees allen eensgezind

Een meditatie van dominee Marthijn van Leeuwen van de Hervormde Gemeente in Voorthuizen, naar aanleiding van 1 Petrus 3:8-12.

1 Petrus 3:8-12 | Opwekking tot verdraagzaamheid


8 Ten slotte, wees allen eensgezind, vol medeleven, heb de
broeders lief, wees barmhartig en vriendelijk.
9 Vergeld geen kwaad met kwaad of laster met laster,
maar zegen daarentegen, omdat u weet dat u daartoe
geroepen bent, opdat u zegen zult beërven.
10 Want wie het leven wil liefhebben en goede dagen zien,
die moet zijn tong weerhouden van het kwaad, en zijn
lippen van het spreken van bedrog;
11 die moet zich afkeren van het kwaad en het goede
doen; die moet vrede zoeken en die najagen.
12 Want de ogen van de Heere rusten op de
rechtvaardigen, en Zijn oren zijn gericht op hun gebed;
maar het aangezicht van de Heere is tegen hen die kwaad
doen.


Beste luisteraar,
Ik wil met je nadenken over de oproep van Petrus in
vers 8: ‘Wees allen eensgezind…’

God roept je! Op deze zondagmorgen roept God ons. Hij
neemt ons in dienst. Ja, Hij herinnert ons aan onze
roeping. Als je voor het eerst van de Heere Jezus hoort,
roept Hij je tot een nieuw leven. Een leven in het licht met
Hem. Terugkijkend, zie je pas, hoe donker je leven was,
zonder Hem. Een leven zonder genade, zonder vergeving,
zonder hoop. Dat is een ondraaglijk leven.

Maar als we goed naar de brief van Petrus luisteren,
horen we, dat we ook, net als Jezus, geroepen worden om
te lijden. Hem in alles na te volgen. Dat klinkt voor ons
wat vreemd. Nederland is voor christenen een vrij land.
Je hoeft er meestal niet te lijden, omdat je christen bent.
Anders is dat voor de broeders en zusters waar Petrus
zijn brief aan schrijft. Christenen in het noorden, van wat
nu Turkije heet. Kleine groepjes mensen. De blijde
boodschap van het Evangelie raakte hun hart en leven
aan. Ze werden geroepen tot het wonderbare licht van
God. Maar met de blijdschap, kwam ook het lijden. Hun
omgeving schrok terug van hun keus voor Jezus. Ze
werden verdacht gemaakt, bespot, raakten hun werk
kwijt… We zeggen dan: ze kregen een kruis te dragen.
Petrus zegt: dat is waartoe God je roept! Je mag in het
voetspoor van Jezus gaan! Als priester. En om die roeping
vol te houden, roept God ons ook samen. ‘Wees allen
eensgezind’, schrijft hij. Mooi woord is dat. Je hoort er
het woord ‘gezin’ in. Wees als een familie! Wees één van
gedachten. Beoog hetzelfde met elkaar.

Familie kan geweldig zijn. Maar ook geweldig moeilijk,
vind je niet? Je kunt enorm aan elkaar verbonden zijn.
Maar ook kun je heel teleurgesteld raken in elkaar. Van
elkaar losraken.

Toch maakt het je zwak, als je ‘t alleen moet doen. Alleen
moet volhouden. Mij lukt dat niet. Jou wel? Ik heb die
anderen nodig. Maar heel bijzonder hoe Petrus daar op
ingaat. Ik heb die anderen nodig, jawel… Om er voor de
ander te zijn! Om mee te leven. Om naar die ander te
vragen: hoe is het met je? Mijn broers en zussen in de
Heere Jezus lief te hebben.

Om steeds mezelf weer te oefenen: zegt die ander iets
lelijks – en dat gebeurt soms in je familie!, een
misplaatste grap- iets vriendelijks ervoor in de plaats te
zeggen. Zegt iemand iets pijnlijks, die ander zegenen!!!
Als God ons in dienst neemt, als Hij ons roept, krijg ik
dus een heel ander leven. Een leven als in een familie.
Het gaat niet vanzelf. Maar ’t blijven m’n broers en
zussen. Ik kan het ontkennen. Ik kan een tijdje
wegblijven. Maar ik blijf altijd wel ergens voelen: ‘er lopen
nog broers, er lopen nog zussen van me rond op de
aarde’. Vroeg of laat ontmoet ik ze weer.

Als God ons roept, wil Hij het beste voor ons. Daar mag je
altijd vanuit gaan. Nee, Hij wil niet het makkelijkste voor
je. In zijn dienst houd je het alleen vol, als je samenwerkt
en samen optrekt. Als je de verwijdering niet laat
bestaan, maar steeds weer overbrugt. Dat moet niet
alleen. Het kan ook. Het is de bloedband van Jezus. Die
trekt ons steeds weer naar elkaar.

Vandaag begint de week van gebed. Op veel plaatsen
zullen christenen van verschillende kerken en gemeenten
elkaar opzoeken. Vaak maar kleine groepjes die dat doen.
Niet iedereen ziet het belang ervan. Of juist het mooie,
het versterkende, van de ontmoeting met elkaar. Een
week lang, elke dag elkaar opzoeken. Om met elkaar te
bidden. Voor de eenheid van christenen. In navolging van
het gebed van Jezus, vlak voor Zijn sterven aan het kruis:
‘Vader, dat zij allen één zullen zijn…’

Zou Jezus hebben geweten dat het ons niet ging lukken?
Dat Hij er vlak voor Zijn dood zo indringend voor bad?
Petrus heeft er toen ook bij gezeten. Wat dacht hij toen?
Waar heeft Jezus het toch over? Is dat wel nodig?
Nu snapt hij het in ieder geval wel. Het gebed van Jezus
is nu zijn opdracht. ‘Wees allen eensgezind!’ Alleen zo
kun je ‘t volhouden. Samen ben je sterk in je opdracht, in
je roeping in deze wereld.

Maar dan toch, heel verrassend. Je zoekt elkaar op, niet
omdat jij het nodig hebt. Omdat jij zo verlangt naar
aandacht. Waar we anderen horen zeggen: ‘ik heb daar
de kerk niet voor nodig…’ Nee, zou Petrus zeggen: jij hebt
daar de kerk niet voor nodig…! Het is andersom! De kerk
heeft jou nodig. God roept je!

Jouw gebed. Jouw medeleven. Jouw vriendelijke woorden
op z’n tijd. Jouw barmhartigheid. Wat Jezus in jouw
leven gaf en deed, mag jij doorgeven. Priesterlijk mag je
dienen. De ogen van de Heere rusten op jou. Zijn oren
zijn op jouw gebed gericht.

Ben je deze week veel alleen? Lig je misschien wel op
bed? In een heel erg geval: voel je je zinloos? Probeer eens
in contact te komen met iemand. En vraag: mag ik voor je
bidden? Mag ik vragen hoe het met je is? Mag ik je
zegenen in Jezus’ naam? We zijn toch ‘allen één gezin?’!