Groot Nieuws
EO

9 feb: Altijd God loven?

  1. Nieuwschevron right
  2. 9 feb: Altijd God loven?

Muziek en een meditatie, met als thema “Altijd God loven?” De meditatie wordt verzorgd door Henk Dik gepensioneerd voorganger binnen de Evangelische gemeente.

Groot Nieuws

Muziekgegevens

1) Geef heer, de koning Uwe rechten, Psalm 72:1, 6 en 11

2) Laat ons de Heer lofzingen, LvdK, gez. 409: 1, 4 en 5

3) Mijn Herder, Op Toonhoogte 8

4) Alle volken, looft de Here, LvdK Lied 464

5) Door goede machten trouw en stil omgeven, LvdK lied 398: 1,2,3,4 en 7

6) U zal ik loven Heer, Opwekking 145

7) Ik loof den heer, mijn God, Ned. Herv. Bundel Psalm 34: 1,2 en 11

8) Zoek eerst het Koninkrijk van God, Opwekking 40

9) Halleluja, looft God in zijn heiligdom, Opwekking 78

10)Voorwaarts christenstrijders, Joh. de Heer 106

11)Ik zie een poort wijd open staan, Joh. de heer 140

12)Behoed uw kerk, zet uit, o God, haar palen, LvdK Gez. 312

13)Ik verhoog U, Opwekking 120

Meditatietekst

In mijn bijbel heb ik bij Psalm 34 een notitie gemaakt: getuigenisdienst in de grot van Adullam en ik wil graag een aantal verzen voorlezen uit deze psalm in de HSV.

Psalm 34 is een psalm van David; toen hij zijn gezicht had vertrokken(zich als een krankzinnige voordeed) bij Abimelech, die hem verdreef, zodat hij ervandoor ging.

2. Ik zal de HEERE te allen tijde loven, Zijn lof zal voortdurend in mijn mond zijn.

En de verzen 10-15: “Vrees de HEERE, u, Zijn heiligen, want wie Hem vrezen, hebben

geen gebrek. Jonge leeuwen lijden armoede en honger, maar wie de HEERE zoeken,

hebben geen gebrek aan enig goed. Kom, kinderen, luister naar mij, ik zal jullie de vreze

des HEEREN leren.

Wie is de man die vreugde vindt in het leven, die dagen liefheeft om het goede te zien?

Behoed je tong voor het kwaad en je lippen voor het spreken van bedrog.

Keer je af van het kwaad en doe het goede; zoek de vrede en jaag die na.”

De trouwe luisteraar van dit programma zal zich herinneren dat de meditatie van vorige week gebaseerd was op Psalm 56, de geschiedenis van David’s vlucht naar Gat, de stad van Koning Achis (ook wel Abimelech genoemd). Uit die vijandige omgeving vlucht hij opnieuw en komt dan in de grot of de spelonk van Adulam ( deze geschiedenis wordt beschreven in 1 Samuel 22.) In de grot verzamelt zich een wonderlijk gezelschap: zijn hele familie en ook ‘een ieder die in nood verkeerde, ieder die een schuldeiser had en ieder die verbitterd van gemoed was, en hij – David – werd hun leider, zodat er ongeveer 400 mannen bij hem waren.’

Een wonderlijk stel mensen en nu niet een gezelschap waarmee je heerlijk en ontspannen samen God kunt aanbidden. En toch kiest David er voor om dat wel te doen en vers 2 is het fundament van een soort getuigenisdienst, want het er op lijkt dat niet alleen David aan het woord is, maar dat ook anderen een bijdrage hebben geleverd. Maar David zet de toon, het is geen klaagzang waarmee hij deze psalm opent, hij maakt een soort statement, een soort belijdenis: “Ik zal de HEERE te allen tijde prijzen, Zijn lof zal voortdurend in mijn mond zijn.” Andere vertalingen maken het nog indringender: “Ik wil de HEER altijd prijzen.” Wat ook de omstandigheden zijn, waar ik vandaan kom, waar ik door heen ga, wat ik mee maak – ik zal niet ophouden om God de lof te brengen.

Door de hele Bijbel heen en door de geschiedenis van de kerk tot op deze dag hebben mannen en vrouwen die keuze gemaakt, de mooiste liederen zijn zo ontstaan en in deze psalm kunnen we lezen wat het uitwerkt en een paar van die verzen wil ik er vanmorgen als het ware uitlichten als een bemoediging, als een aanmoediging.

Vers 10 en 11 moedigen u en mij aan om God te vrezen en dat heeft in geen enkel opzicht iets te maken met angst voor God, maar met een diep respect. Diep respect voor Zijn heiligheid, voor Zijn trouw, voor Zijn liefde. Die vrees, dat respect zorgt ervoor dat wij geen gebrek hebben. Jonge leeuwen kunnen dat wel hebben, ze kunnen zelfs armoede lijden … maar David zingt het uit in vers 11: “Maar wie de HEERE zoeken, hebben geen gebrek aan enig goed.” De apostel Paulus moet aan deze belofte gedacht hebben toen hij deze woorden schreef in de brief aan de gemeente in Filippi (Filippenzen 4:19) “Maar mijn God zal u, overeenkomstig Zijn rijkdom, voorzien van alles wat u nodig hebt, in heerlijkheid, door Christus Jezus.”

En dan moedigt David, of misschien wel een van de anderen in die grot van Adulam de aanwezigen aan om te leren wat de vreze des HEREN is. Als je vreugde wilt vinden in het leven, als je het goede wilt zien dan zijn er een aantal praktische stappen of liever gezegd misschien wel heel bewuste keuzes die je moet maken en vers 14 en 15 zet ze op een rij:

1. Behoed je tong voor het kwaad

2. Behoed je lippen voor het spreken van bedrog

De apostel Jacobus zou eeuwen later de tong beschrijven als een klein lichaamsdeel waarmee je God kunt eren, maar het kan ook een tong van vuur, een wereld van ongerechtigheid zijn.

David moedigt ons aan om het eerste te doen: God te loven en te prijzen, om anderen te bemoedigen en om je tong te bewaren.

Maar de les is nog niet klaar want er zijn nog twee belangrijke stappen in deze les om te ontdekken wat de vreze des HEREN is:

3. Keer je af van het kwaad en doe het goede.

Ook dat is een bewuste keuze, die u en ik alleen maar persoonlijk kunnen maken. Wat ook je omstandigheden zijn, wat anderen doen of niet doen. Keer je af van het kwaad en doe het goede.

Aan het begin van deze meditatie heb ik even stil gestaan bij het gezelschap waarin David zich bevond; mensen in nood, mensen met schulden, mensen die verbitterd waren en hier worden ze aangemoedigd om zich af te keren van het kwaad en het goede te doen en geeft David nog een belangrijke opdracht:

4. Zoek de vrede en jaag die na

Vrede is meer dan afwezigheid van oorlog, het Hebreeuwse woord SHALOM betekent rust, heelheid, geborgenheid en deze bijzondere psalm moedigt ons aan om het te zoeken en om het na te jagen.

Deze les om de vreze des HEREN te leren kennen eindigt met deze belangrijke opdracht of aanmoediging … niet alleen voor die 400 man in de grot van Adulam, maar ook voor u en voor mij vandaag.

Vele eeuwen later - en ik kan niet aan de indruk ontkomen dat Paulus aan deze psalm gedacht moet hebben - schreef hij aan de gemeente in Filippi (4:4-7) deze woorden: “Verblijd u altijd in de HEERE, ik zeg het opnieuw: verblijd u. … Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus.”