Groot Nieuws

21 oktober: Zingen van de God die bevrijdt

EO
  1. Nieuwschevron right
  2. 21 oktober: Zingen van de God die bevrijdt

Muziek rond het thema van de meditatie "Zingen van de God die bevrijdt" (Exodus 14:21-28) verzorgd door ds. Pim Brouwer, predikant van de PKN in Maassluis.

Groot Nieuws

Muzieklijst

1) Zingt, zingt een nieuw gezang den Here, Psalm 98: 1en 4

2) Wij moeten Gode zingen, LvdK 301: 1,3 en 5

3) Moet ik soms met twijfel strijden, Joh. de Heer 687

4) Genade zo oneindig groot, Opw. 428

5) Mijn Bevrijder, geen bundel

6) ‘k Heb geloofd en daarom zing ik, Joh. de Heer 543

7) Maak ons hart onrustig, Opw. 805

8) Lof zij de Heer, LvdK 434

9) Tot God den Heer hief ik mijn stem, Psalm 142:1, 5 en 7

10)Jezus ik wil zingen, geen bundel

11)Prijs mijn ziel de Hemelkoning, NHB Gez. 147

12)Dat ons loflied vrolijk rijze, Joh. de Heer 34

Meditatietekst

Exodus 14:21-28

21 Toen hield Mozes zijn arm boven de zee, en de HEER liet de zee terugwijken door gedurende de hele nacht een krachtige oostenwind te laten waaien. Hij veranderde de zee in droog land. Het water spleet,

22 En zo konden de Israëlieten dwars door de zee gaan, over droog land; rechts en links van hen rees het water op als een muur.

23 De Egyptenaren achtervolgden hen, alle paarden en wagens van de farao en al zijn ruiters gingen achter hen aan de zee in.

24 Maar in de morgenwake keek de HEER vanuit de vuurzuil en de wolkkolom neer op het Egyptische leger en zaaide paniek onder hen.

25 Hij liet de wielen van de wagens vastlopen, zodat de Egyptenaren de grootste moeite hadden om vooruit te komen. 'Laten we vluchten!' riepen ze. 'De HEER steunt de Israëlieten, hij strijdt tegen ons!'

26 De HEER zei tegen Mozes: 'Strek je arm uit boven de zee; dan stroomt het water terug, over de Egyptenaren en over al hun wagens en ruiters.'

27 Mozes gehoorzaamde, en toen de dageraad aanbrak, stroomde de zee terug naar haar gewone plaats. De Egyptenaren vluchtten het water tegemoet, de HEER dreef hen regelrecht de golven in.

28 Het terugstromende water overspoelde het hele leger van de farao, al zijn wagens en ruiters, die achter de Israëlieten aan de zee in gereden waren; niet een van hen bleef in leven.

Daar sta je dan. Aan de overkant van de zee. Het is nog niet zo eenvoudig om hier te staan. Moe van het lopen, maar vooral verward. Verward om de vrolijke gezichten om je heen. Verward om die dansende vrouwen die vol vreugde zingen: Zing de Heer want hij is hoog verheven, het paard en zijn ruiters stortte hij in zee!

Maar jij – als rijke vrije westerling blijft stil. Want waarom zou je zingen? Genoeg redenen om het niet te doen.

Want jouw God splijt geen zeeën. Dat is allemaal symboliek.

En jouw God straft het kwaad niet. Waarom zou hij ook. We zijn als mensen zo capabel als wat om zelf straffen uit te delen. Stuur er een drone op af of plaats een bermbom. Nee, jouw God is liefde. Je kijkt om je heen, en ziet de mensen dansen rond de aangespoelde lijken. Hoe kan dit rechtvaardigheid zijn? Hoe kan het dat deze mensen dezelfde God zeggen te dienen als jij? Hoe kan dit wraakzuchtige monster dat vaders doet verdrinken dezelfde zijn als die lieve God van jouw kindergebeden? God die ingrijpt? Nee liever niet! Het zou toch knap onpraktisch zijn als God zich met ons ging bemoeien. Mijn God... straft het kwaad niet.

Als dat jouw God is – dan ben je nooit een slaaf geweest..

Over een kleine maand is het alweer zover, dan is Sinterklaas weer in het land. Sinds een paar jaar betekent dat ook steevast dat de Zwarte-Pieten discussie weer in alle hevigheid losbarst. Onderdeel van die discussie is steeds weer de link die deze traditie heeft met slavernij. Voor blanke autochtone Nederlanders is het maar moeilijk om zich te verplaatsen in degene die zich persoonlijk gediscrimineerd voelen door Zwarte Piet. De traditie is aan het veranderen onder invloed van dit geluid. Het herdenken van ons gezamenlijke slavernijverleden is steeds duidelijker op de agenda komen te staan hier in Nederland. En dat is goed. Ook omdat het ons dichter bij het geloof in een God die bevrijdt brengt.

De Bijbel zelf is met de slavernij besmet. Eeuwenlang werd dit boek door slavendrijvers gebruikt om slaven ‘eronder’ te houden. Maar in de handen van de slaven werd de Bijbel een bron van hoop en vertrouwen. Want in dat boek vonden ze een volk dat zichzelf consequent identificeerde met een God van bevrijding. Wie is jullie God? Onze God is de God die ons uit de slavernij van Egypte bevrijdde! Met dit verhaal en het daarop volgende lied als summum van geluk. Zij ontmoetten in de Bijbel een God van bevrijding – en de hoop dat deze bevrijding ook eens voor hen werkelijkheid zou kunnen worden.

Komen we aan met ons moderne Godsbeeld. Van een God die geen wonderen meer doet. Voor onze broeders en zusters staat het vast – het was God zelf die hen verloste uit slavernij. Want hoezeer de Bijbel ook verkracht is voor de doeleinden van slavendrijvers – uiteindelijk is de strijd om afschaffing gevoerd met diezelfde Bijbel in de hand. In de handen van onderdrukten is de bijbel door de eeuwen heen een bron van wonderen geweest. Zij getuigen van Gods heerlijkheid en redding. Ook vandaag nog.

Komen we aan met ons Godsbeeld. Van een God die het kwaad niet straft. Waarom zou je nog in zo’n God geloven? Hoe zinvol is het om te geloven in een God die het kwaad maar laat voortduren? Is dat niet juist wat wij hem verwijten? Zeggen we niet: Waarom, waarom laat u dit gebeuren? Kom toch naar beneden – straf het kwaad. Straf de mensen die uw naam misbruiken voor onderdrukking en vervolging. Straf de nietsontziende heersers van deze wereld. Gebruik zo nodig mijn hand. Ik strek hem uit over de zee van het kwaad – doet u de wateren maar terugvloeien. Weest u alsjeblieft een God die straft.

Weet je, het lijkt wel mooi – zo’n God die niet ingrijpt. Het lijkt wel ontzettend beschaafd om je zorgen te maken over die Egyptenaren, die toch ook een vrouw en kinderen thuis op de bank hadden zitten. Maar uiteindelijk is de beschaving daar niet mee gediend. Die is veel meer gediend met een God die zegt: mij is de Wrake – hou jij dus alsjeblieft je handen thuis. Als God niet straft worden wij vrijgepleit om zelf het gevecht aan te gaan. De Bijbel leert geweldloosheid – bij de gratie van een God die ons beloofd in te grijpen. Die ons voorhoudt dat het kwaad in Zijn Rijk voorgoed verslagen is. Net voor onze tekst staat: ‘De HEER zal voor u strijden – u hoeft zelf niets te doen.’ God is niet enkel liefde. Denk bij God niet alleen aan huppelen, bloemen en muziek. Want God komt ook met donderend geraas, vuur en strijdwagens. God is rechtvaardig. Hij komt op voor verdrukten, verslaafden en treurenden. Altijd staat hij aan hun kant. Het kwaad vlucht voor zijn aangezicht. Zijn aanwezigheid betekent een doorgang en nieuw leven voor wie verdrukt zijn – en de dood voor alles wat wortelt in het kwaad. In het verhaal wordt afgerekend met een corrupt systeem dat gretig haar slaven wil vernietigen. Maar God grijpt in – zo toont hij zijn Majesteit. En zelfs Zijn Liefde.

Daar sta je dan – tussen het volk van slaven. Het is wat ongemakkelijk, dat geef ik toe. Wil je zingen? Of nog niet? De eerste noot begint met het besef dat ook jij bevrijding nodig hebt. Dat de slaaf in jou God nodig heeft om de zee te splijten. De tweede maat begint bij het verlangen om voorgoed af te rekenen met het kwaad in je leven. Het refrein is de constante herinnering dat je zelf niet moet vergelden maar de HEER moet laten strijden. En terwijl je zachtjes begint te zingen – hef je je hand en je staf op. Om in gehoorzaamheid aan de God die redt zelf een werktuig van redding en bevrijding te zijn.

Zing maar – de HEER is hoog verheven! Zing met onze broeders en zusters die bevrijding aan de lijve ondervonden hebben. Zing van onze machtige God – hij verplettert het kwaad. Prijs zijn machtige daden – hij bevrijdt wie verdrukt zijn.