Groot Nieuws

7 oktober: Slachtschapen
EO

  1. Nieuwschevron right
  2. 7 oktober: Slachtschapen

Op deze Israël-zondag wordt de meditatie verzorgd door Ds. A.J. Mensink, hervormd predikant te Elburg. Thema: “slachtschapen” naar aanleiding van Psalm 44:18-22

Groot Nieuws

Muzieklijst

1) Dat Israël nu zegge, blij van geest, Psalm 124: 1 en 4

2) Liefde die voor mij wou lijden, geen bundel

3) Vrede voor Jeruzalem, Opw. 744

4) Lofzang van Zacharias: Lof zij den God van Israël, Lofzang van Zacharias: 1,4 en 5

5) Gebed voor Israël, geen bundel

6) Door de wereld gaat een woord, Joh. de Heer 916

7) Hoor Israël, de Here, Uit aller Mond 186

8) Halleluja! Laat opgetogen, Psalm 149: 1, 2 en 3

9) Sjalom Yisraël, geen bundel

10)Geef ons vrede, geen bundel

11)Ik zag het nieuw Jeruzalem, uit aller mond 185

Meditatietekst

Met het woord ‘slachtschapen’ val ik heel rauw bij u binnen.

Je ziet beelden voor je van mensen die meedogenloos om het leven worden gebracht.

Mensen, geknield op een strand, in een oranje overal, een mes op de keel.

Zo rauw vóelt het ook!

Zo rauw voelt Israël dat. Psalm 44 is een momentopname uit het eeuwenlange lijden van Israël.

Ze ervaren de haat van volken die het bloed van de Joden wel kunnen drinken. En dat bloed daarom ook meedogenloos vergieten.

Maar waaróm?!

Israël heeft zich in Psalm 44 eerlijk afgevraagd of dit lijden een straf zou kunnen zijn. Straf van God. Dat kán toch, ook in uw en mijn leven? Daarvoor onderzoek en beproef je jezelf.

Dat kun je voor een ánder niet uitmaken. Ook niet degenen die hoogmoedig beweren dat Israël het aan zichzelf te wijten heeft. Omdat ze Jezus gekruisigd hebben…

In alle eerlijkheid kan Israël in vers 18 tot 22 zeggen dat ze God niet vergeten waren, Zijn verbond niet verloochend hadden.

Om Ú worden wij de hele dag gedood, roept Israël uit! Het heeft met Gód te maken. Een uitverkoren volk is in de wereld altijd een lijdend volk. Een volk van God is anders. En anders-zijn roept bij omstanders haat op. Pestgedrag. Iemand die anders is dan jij, stelt vrágen aan jou. Of jij het wel goed doet. Door het bestaan van Israël doet de Heere een appèl op de volken: zoals Israël is, zo zouden jullie allemaal moeten zijn.

Wat leest ú in de ogen van Hamas-strijders? Vernietigingsdrang. Israël moet van de kaart geveegd worden. Zoals je een kudde schapen slacht. De haat tegen Israël heeft zijn wortel in de haat tegen de Gód van Israël.

Toch zijn het niet alleen Jóden aan wie de klacht van Psalm 44 stem geeft.

Minstens zoveel christenen zijn in deze wereld het mikpunt van spot, laster en geweld. Christenen ver weg – dat zeker – maar misschien wel heel dichtbij. Je hoeft er soms niet eens voor naar de televisie te kijken; een blik in de spiegel zegt soms al genoeg.

Je weet: Jezus heeft het Zijn volgelingen voorzegd. Ze hebben Hem gehaat, ze zullen ook Zijn volgelingen haten.

Weet u wat ik mij wel eens afvraag: moet het lijden van Israël en het lijden van christenen geen wederzijdse herkenning oproepen? Zijn we geen lotgenoten van elkaar? Wat voel je als christen, als je raketten uit de Gazastrook op Israël ziet neervallen? Wat voel je als christen bij antisemitische opmerkingen?

En omgekeerd: hoe ervaren Joden het lijden van christenen?

Want in beide gevallen geldt: om Ú worden wij de hele dag gedood, wij worden beschouwd als slachtschapen. In het lijden om Godswil hebben Israël en de kerk elkaar veel te zeggen. Zeker op deze Israëlzondag.

Dat komt omdat de kerk deelt in de verkiezing van Israël. Omdat God het werk dat Hij in Abraham begon, voortzet en uitbreidt onder Joden en heidenen. Zo deelt de kerk in de verkiezing van Israël, in de roeping van Israël, in de beloften van Israël – en dus ook in het lijden van Israël.

Of, moeten we zeggen: Joden en christenen delen in het lijden van de Messias?

In Psalm 44 wordt ten diepste het lijden van Christus uit de doeken gedaan. Jezus Christus is de Uitverkorene van de Vader. Zo is Hij in deze wereld gezonden.

Wat hebben wij met deze Uitverkorene gedaan? Hij was anders dan wij. Té anders.

Wij moesten Hem niet. Niemand uitgezonderd.

Wij hebben van Hem een slachtschaap gemaakt.

‘Aan het kruis met zo iemand!’, hebben we geroepen.

We verheugden ons om Zijn lijden; we dansten om Zijn bloed.

Dat de Uitverkorene moet lijden, zien we aan Israël; zien we aan de kerk – maar we zien het pas écht als we onze ogen richten op Jezus Christus. Wij zijn allen schuldig aan Zijn bloed.

Totdat de Heilige Geest je ogen opent. Je ontdekt aan de haat in je eigen hart. Maar je ook ontdekt aan de genade van God. Genade waardoor Petrus aan Jood en heiden verkondigt: dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk deze Jezus, Die u gekruisigd hebt. In Hem is er voor u vergeving van zonden. En door Zijn Geest is er voor u bekering tot Hem.

Al zal dát u ook het lijden in deze wereld opleveren. Wie Jezus haat, heeft in deze wereld geen probleem. Die heeft wel een probleem als hij deze wereld moet verlaten.

Maar wie Jezus liefheeft, zal mét Israël de haat van deze wereld moeten dragen. Tot bloedens toe. Met alle aanvechting van dien.

Maar zelfs dán is Psalm 44 troostvol. Herinnert u zich Romeinen 8, het zegelied? Paulus stelt daar de prangende vraag: wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Nou, genoeg om op te noemen. Met Psalm 44 zegt Paulus dat wie van Christus is, de hele dag gedood wordt, beschouwd wordt als slachtschaap.

Maar in Romeinen 8 staat de klacht ingeklemd tussen diepe overtuigingen. Niets kan ons scheiden van de liefde van God in Christus Jezus onze Heere. Want uitverkiezing betekent weliswaar: lijden. Maar uitverkiezing betekent óók: zekerheid. God laat Zijn eigen werk niet los. God gedenkt aan Zijn verbond. En aan zijn onberouwelijke verkiezing in Christus. Daarom staat in Openbaring 14 een geslacht Lam op de berg Sion. Mét 144.000 mensen. Uit Joden en heidenen. Ze komen uit de grote verdrukking. Maar zijn door de Vader bewaard. Op áárde zingen wij: om U worden wij de hele dag gedood. In de hémel zingen wij: door U, door U alleen, om ’t eeuwig welbehagen.

Beste vrienden: verberg u biddend in de doorboorde handen van Christus. Leg in diezelfde handen, biddend, de naam, het lijden van het volk Israël.