Groot Nieuws
EO

Zondag 17 december

foto: Shutterstock
  1. Nieuwschevron right
  2. Zondag 17 december

Een programma met koor- gospel- praise- en
worship-muziek. Deze week een overdenking van Peter Kruijt.

6:00-7:00u
Have Yourself A Merry Little Christmas
- MercyMe

What a wonderful world
- Eva Cassidy & Katie Melua
Mary's boy child
- Harry Belafonte

Give Love On Christmas Day -
Lexi

Hoop Krijgt Een Gezicht
- Gerald Troost

What Child Is This
- Lauren Daigle

Cast down your cares
- John Michael
The Prayer
- Sandi Patty & Josh Groban
Spare an angel
- Chris Rice

Kom, O Langverwachte Jezus
- Joke Buis
Tennessee Christmas
- Amy Grant Guy Penrod & Vince Gill
Winter Wonderland
- Sara Groves
Merry Christmas Everyone
- Rend Collective
Another Merry Christmas
- Amy Grant
Magical Lights
- Brian Doerksen


7:00-8:00u
The World Needs - Jesus

Adore
- Jaci Velasquez
Away In A Manger
- Brandon Heath
God Is With Us
- Casting Crowns

Immanuel -
Kees Kraayenoord
My Jesus I love Thee
- Pearl Jozefzoon & Gospelkoor
Breath Of Heaven
- Guy Penrod

Labor of Love
- Andrew Peterson & Jill Phillips
Mary did you know
- Ralph van Manen
Jezus, Licht In De Duisternis
- Opwekking
Faithful
- Randy Stonehill
Grace
- Nichole Nordeman
 

Speak O Lord - Andy Bromley


8:00-9:00u
Jezus Uw Liefde Raakte Mij Aan -
Opwekking
Psalm 95: Komt, laat ons samen Isrels Heer
- Samenzang Bovenkerk
Rejoice
- Young Ladies Choir
I Will Worship You
- Jonny & The Jazzuits

Ik bouw op U -
Chr. Mannenkoor Asaf
Op U alleen, mijn licht, mijn kracht
- Elise Mannah

Zoon van God -
LEV

Eer zij God in onze dagen
- Samenzang
Licht Van De Wereld
- Opwekking

In De Stilte
- Marjolein Keijzer

Alzo lief had God de wereld -
Samenzang Nederland Zingt
Kom Tot Ons De Wereld Wacht
- Sela
Wacht Niet Langer
- Reyer & Lars Gerfen
Laten Wij De Here Zoeken
- Bouw Uw Troon
Levend Licht
- The Fruits 



foto: Ditta van Gent

Overdenking van Peter Kruijt

Gebroken licht.

Onder de Sint Pietersberg bij Maastricht ligt een eindeloos doolhof aan gangen, ontstaan door het winnen van de Limburgse mergel. Het schijnt dat op het hoogtepunt van deze winning er een gangenstelsel lag met een lengte van 150 kilometer. Eindeloos hebben de blokbrekers, tot in de vorige eeuw aan toe, mergel uit de berg gehakt. Tallozen leefden in dit beklemmende bestaan waar men In het halfduister, bij het schijnsel van de lantaarns, elke dag genoeg mergel uithakte om weer een dag te kunnen eten. Als je in die grotten je lampje uitdoet, ervaar je hoe donker diepe duisternis is. Dan leer je wat Augustinus en anderen ons al eerder leerden: de duisternis is niets anders dan de afwezigheid van licht.

In de duisternis kun je verlangen naar licht. In de nacht kan je verlangen naar de morgen. Naar die eerste streep licht aan de horizon waardoor je weet dat de dag komt. Dat turen en hopen op een straaltje licht na een lange, donkere nacht. Toen ik nog binnenvaartschipper was kon ik ook zo verlangen naar het licht in de morgen. Als je de hele nacht gevaren had en je wist dat met de dageraad ook je aflossing boven zou komen waardoor je zelf naar bed kon. De dag brengt nieuwe mogelijkheden, nieuwe energie en nieuwe kracht. Bij dag lijken je problemen anders dan bij nacht.

In Psalm 130:6 lezen we: "Mijn ziel verlangt naar de Heer, meer dan wachters naar de morgen, meer dan wachters uitzien naar de morgen." Nog meer dan wachters (die de hele nacht gewaakt hebben) verlangen naar de morgen, verlangt de psalmist naar de Heer. Niet voor het eerst en niet voor het laatst zien we hoe de aanwezigheid van God in de Bijbel gekoppeld wordt aan de dag en zijn verborgenheid gekoppeld wordt aan de nacht.

In deze adventsperiode staan we stil bij dit waken in de nacht. Dit wachten op de eerste streep licht van de nieuwe dag. Zoals die herders in het Lucas evangelie die met elkaar waken bij hun kudde in de nacht. In de stilte. Misschien gloeide het vuurtje nog wat na en probeerden ze om en om wat te slapen. De oren gespitst op eventuele onrust in de kudde wat zou kunnen duiden op de nabijheid van een roofdier. Gericht op de nieuwe dag, zoekend naar de glimpen van de dageraad. Dat grijze gebied tussen het vinden van rust enerzijds en het gevoel opmerkzaam te moeten zijn anderzijds. Zoals we in ons dagelijkse bestaan geroepen zijn om waakzaam te zijn op de komst van de Heer. Op verschillende plaatsen in het Nieuwe Testament roept Jezus ons op om op te letten, om Zijn komst te verwachten en klaar te zijn. Tegelijkertijd mogen we in die waakzaamheid leven in een vrede die alle verstand te boven gaat, in het vertrouwen dat de komst van de nieuwe morgen onvermijdelijk is. Mogen we in dat vertrouwen rusten. Mogen we bidden bij het gloeiende vuur van de God die in ons woont en niet loslaat wat Zijn hand is begonnen.

Bij de herders gebeurde het ongelofelijke. Het wachten op een streepje licht werd beantwoord met een overvloed aan licht als een engel van de Heer bij hen komt. De engel die deze herders de mededeling doet dat 'in de stad van David een redder is geboren, de Messias, de Heer'.
Hij is de Redder, wat wijst naar de noodzaak van redding. Wat raakt aan de duisternis in en om ons. Hij is de Messias wat raakt aan de eeuwenlange duurzame verwachting die zich langzaam maar zeker aftekent onder de profeten die scherp inzagen hoe groot de afstand was tussen datgene wat God had geboden en mensen konden opbrengen. Hij is de Heer, wat raakt aan het verlangen naar een Koning die de vreemde machten overwint waardoor de nieuwe dag aanbreekt.
Juist aan de herders wordt deze mededeling gedaan. Aan degenen die onderaan de sociaal-maatschappelijke ladder staan. Voor hen is Hij gekomen. De aankondiging aan deze herders en zijn komst in de nacht zijn veelzeggend.

God werd deel van onze nacht. God verloste niet uit de wereld, maar werd deel van de wereld. God duwde de gebrokenheid niet weg, maar daalde er in af. God is niet alleen de God van de dag, maar ook van de nacht. Deze Redder, Messias en Heer gaat de duisternis in de wereld, en in jou en mij, niet uit de weg. Hij wil met ons zijn. Hij wil geboren worden in ons. Hij is de Immanuël.

Een paar jaar geleden waren een paar studenten op eigen gelegenheid in de grotten onder de Sint Pietersberg gaan dwalen en raakte de batterijen van hun lampjes leeg. Ze hebben meer dan 20 uur gedwaald in totale duisternis. Totdat ze boven hen een straaltje licht naar beneden zagen komen. Ze zijn onder dat straaltje licht gaan staan en gaan schreeuwden om hulp. Toevallig liep er een boer in zijn weiland boven de grot en hoorde hij het hulpgeroep. Hij kende de weg en heeft de studenten gevonden en gered. Vanuit de diepe duisternis vonden deze studenten hun redding door te zoeken naar het licht en vervolgens, hoe klein en kwetsbaar het licht ook was, daar hun redding te zoeken.

Dat is waar advent om draait: zoeken naar het licht en wachten op het licht. Én je te verheugen in het kleine, kwetsbare wat je vindt als teken van hoop op een nieuwe dag. Zoals de herders in dat kleine, kwetsbare kindje hun Redder, Messias en Heer herkenden. In de glimpen licht die we ontdekken vinden we de hoop dat de nieuwe dag aanstaande is. In de glimpen licht zien we dat duisternis niets meer is dan de afwezigheid van licht. Daarom mogen we deze adventsperiode als die wachters uit Psalm 130, verlangen naar de morgen. Naar die eerste streep licht aan de horizon.

Want de nieuwe dag komt. Zoals bij de herders de nacht opeens geweken was, ze in het licht zaten en zij hun Redder, Messias en Heer vonden. Zo zal het aangezicht van God over onze wereld lichten als Gods Koninkrijk gevestigd wordt en Zijn atmosfeer van liefde en recht de aarde vervult. Dan schijnt het licht opnieuw in de duisternis als teken van de nieuwe wereld.

Tot die dag zijn we de wachters op de nieuwe morgen. Wijzen we elkaar, en de wereld om ons, heen op de glimpen licht die we zien. Leven we in de nacht al alsof de dag er is, omdat ons geloof het verschil tussen nacht en dag overbrugt.