Naar homepage
Groot Nieuws

10 januari: De nederigheid van Jezus

  1. Nieuwschevron right
  2. 10 januari: De nederigheid van Jezus

Gewijde muziek en een meditatie in Groot Nieuws. Onder het thema ‘De nederigheid van Jezus’ mediteert Wim van Vlastuin over 2 Samuël 19: 1-8. Hij is Hersteld Hervormd predikant en Professor Theologie en Spiritualiteit van het Gereformeerd Protestantisme aan de Vrije Universiteit.

Wim20van20 Vlastuin20120bijgesneden

Groot Nieuws

Muziekgegevens

1) Psalm 138: Dan zingen zij, in God verblijd, geen bundel

2) Alles wat adem heeft, love de Here, LvdK gez. 21

3) Jezus is ons licht en leven, LvdK gez. 222

4) De kracht van Uw liefde, Opwekking 488

5) O Jezus, hoe vertrouwd en goed, LvdK gez. 446

6) Rots der eeuwen, o mijn toevlucht, Joh. De Heer gez. 507

7) Psalm 89: ‘k Zal eeuwig zingen van Gods goedertierienheên, geen bundel

8) Nederig van hart, Opwekking 561

9) Abba Vader, Opwekking 136

10) Jezus neemt de zondaars aan, Ned. Herv. Bundel gez. 168

11) The Power Of Your Love, Opwekking 488

Schriftlezing: 2 Samuël 19: 1-8

1 En Joab werd aangezegd: Zie, de koning weent, en bedrijft rouw over Absalom.

2 Toen werd de verlossing te dienzelven dage het ganse volk tot rouw; want het volk had te dienzelven dage horen zeggen: Het smart den koning over zijn zoon.

3 En het volk kwam te dienzelven dage steelsgewijze in de stad, gelijk als het volk zich wegsteelt, dat beschaamd is, wanneer zij in den strijd gevloden zijn.

4 De koning nu had zijn aangezicht toegewonden, en de koning riep met luider stem: Mijn zoon Absalom, Absalom, mijn zoon, mijn zoon!

5 Toen kwam Joab tot den koning in het huis, en zeide: Gij hebt heden beschaamd het aangezicht van al uw knechten, die uw ziel, en de ziel uwer zonen en uwer dochteren, en de ziel uwer vrouwen, en de ziel uwer bijwijven heden hebben bevrijd;

6 Liefhebbende die u haten, en hatende die u liefhebben; want gij geeft heden te kennen, dat oversten en knechten bij u niets zijn; want ik merk heden, dat zo Absalom leefde, en wij heden allen dood waren, dat het alsdan recht zou zijn in uw ogen.

7 Zo sta nu op, ga uit, en spreek naar het hart uwer knechten; want ik zweer bij den HEERE, als gij niet uitgaat, zo er een man dezen nacht bij u zal vernachten! En dit zal u kwader zijn, dan al het kwaad, dat over u gekomen is van uw jeugd af tot nu toe.

8 Toen stond de koning op, en zette zich in de poort. En zij lieten al het volk weten, zeggende: Ziet, de koning zit in de poort. Toen kwam al het volk voor des konings aangezicht, maar Israël was gevloden, een iegelijk naar zijn tenten.


Meditatie

We komen hier midden in een aangrijpende geschiedenis. David heeft zijn zoon Absalom verloren. En we hebben gelezen dat hij in rouw is, verslagen is. En dat hij het uitroept: Absalom, mijn zoon, mijn zoon. En hij zegt er in het voorgaande hoofdstuk ook nog bij, dat ik voor u gestorven was. Dat laatste is misschien wel heel belangrijk. Hij heeft niet alleen verdriet over het verlies van Absalom als zoon, maar hij bedenkt ook wat de eeuwige bestemming is van Absalom. Dat zien wij heel duidelijk als we het vergelijken met het verlies van het eerste zoontje van David, toen was David opgewekt, want hij wist, mijn jongen is bij de Heere. En ik zal straks naar hem toe gaan. Maar kon hij deze hoop hebben voor Absalom? Absalom die in de zonde had geleefd. En in de zonde was gestorven. Dan ben je ook zonder God ten einde gekomen. Dan ben je eeuwig zonder God.

Wat een aangrijpende, huiveringwekkende realiteit. Als we om ons heen kijken in je eigen gezin, naar je kinderen en kleinkinderen, naar je vrienden of collega’s, of mede-gemeenteleden. Of in het dorp om je heen. En vooral ook naar jezelf. Het evangelie blijkt geen goedkope geruststelling te zijn. Een aai over je bol, in de zin van, maak je maar niet druk, alles komt wel goed. Nee, het evangelie laat ons zien dat wij in nood zijn en dat er redding nodig is. En dat we heel dicht bij God zijn, maar toch eeuwig buiten God zouden kunnen zijn. En daarom worden wij, voor het eerst en ook steeds weer opnieuw, wakker geschud. Om op die smalle weg naar het eeuwige leven te wandelen en daar ook in te volharden. De Bijbel noemt dat je roeping en uitverkiezing vast maken.

Onderwijl zijn de manschappen van David op weg naar Mahanaïm. Zij hebben gestreden, ze moeten vijf uur marcheren om weer terug te zijn in de plek waar David nu zijn residentie heeft. En ze denken natuurlijk dat ze daar een rijk onthaal krijgen. Dat er feest gevierd wordt en dat David zijn dankbaarheid tot uitdrukking zal brengen. En als ze dicht bij de stad komen merken ze wel dat daar geen sprake van zal zijn. David is in rouw gedompeld en die rouwfloers is over de hele stad verspreid. En ze komen in de stad binnen, niet als overwinnaars, maar als verliezers. Ze schamen zich dat zij de overwinning hebben behaald.

Joab is er ook bij, de generaal van David. Hij is boos, hij is verontwaardigd. Hij stormt naar het torengebouw, het poortgebouw waarin David aanwezig is. Hij stormt de trap op een verdieping hoger en nog een verdieping hoger en daar staat hij bij zijn oom in het kamertje. In rouw gedompeld. Zonder enige vorm van begrip en zonder enige vorm van medelijden begint hij tegen de koning uit te varen. Is dit nou een manier van doen, je manschappen helemaal gene aandacht geven en geen erkentelijkheid geven. Het lijkt er wel op dat als iedereen was gesneuveld en Absalom alleen in leven was gebleven, dat het dan allemaal goed was. Maar bedenkt je dan niet dat je vrouwen en je kinderen, je zonen en dochters allemaal gespaard en gered zijn in deze strijd. Als je niet je mannen toespreekt zullen ze deserteren. En wat je dan overkomt, is het ergste wat je ooit in je leven hebt meegemaakt.

Dat is Joab ten voeten uit. Heel trouw aan David, maar tegelijkertijd ook buitengewoon bruut en onbeschoft kun je zeggen. En hoe zou David nu reageren? Je kunt de vraag aan jezelf stellen. Hoe zou jij reageren, hoe zou ik reageren? Als je een vermaning krijgt, als je met je gebreken geconfronteerd wordt. Hoe reageer je als je neefje dat doet? Moet je je voorstellen in die oosterse verhoudingen. En als daar ook nog eens onwaarheden in doorklinken. Dan ben je toch boos en verontwaardigd? David kon zelfs woedend zijn, zijn zoon Absalom was gedood nota bene door Joab. Hij had kunnen zeggen moordenaar, lafaard, durf je wel. Dat je mijn zoon die daar weerloos hangt tussen hemel en aarde, dat je hem drie pijlen in zijn hart steekt.

Reageert David op die golflengte? We lezen er niets van in de tekst. Het is buitengewoon opmerkelijk dat hij opstaat en achter Joab aangaat, de trap af naar beneden en zich in het poortgebouw gezet en zijn soldaten gaat toespreken. Hen bedanken voor hun dapperheid en moed en de risico’s die zij hebben genomen om hem te beschermen en de vrede te herstellen. David is niet hooghartig, maar nederig van hart. Dan zitten we in het hart van het evangelie. Dan bedenken we dat het hele Oude Testament en ook 2 Samuël 19 een miniatuur is van de Heere Jezus Christus. Hij heeft gezegd, onderzoek 2 Samuël 19, want dat getuigt van mij. We mogen net zolang luisteren naar deze tekst totdat we Jezus Christus in deze tekst ontdekken. En Hij kon het als enige zeggen, ik ben nederig van hart. En dat confronteert ons ermee dat we hoog van hart zijn en dat we helemaal geen vermaningen accepteren. En dat we niet geneigd zijn om anderen te vergeven. En dat wrok, wraak en bitterheid op de bodem van ons hart aanwezig is.

Jezus is nederig van hart. En daardoor is hij mild naar mensen die Hem kwaad doen. Ik stel me voor in die tuin van Gethsemané dat Judas de Heere Jezus heeft verraden. Jezus had hem kunnen ontmaskeren. Huichelaar die je bent. Maar Jezus zegt tegen hem, vriend, verraad je de Zoon des mensen met een kus? Zelfs op dit aangrijpende moment, heeft hij vriendschap voor Judas in zijn hart. Hebben wij dat weleens ontdekt? Dat we aan de ene kant zien dat we Jezus zoveel verdriet doen met onze oppervlakkigheid, aardsgezindheid, ongelovigheid en onbekeerlijkheid. Onze eigen gang gaan. En dat als we in de ogen van de Heere Jezus blikken, dat we dan ook zijn liefde zien, milde handen, vriendelijke ogen zijn bij U al eeuwig.

Joab heeft het wel gezien en gezegd tegen David, het is toch absurd dat u iemand die u haat liefhebt. Het is toch absurd dat u Absalom liefhebt. Dat is nu het evangelie, de absurditeit van het evangelie. Stel je voor dat het anders was. Stel je voor dat het evangelie alleen was voor beste brave mensen, die geestelijk zijn en geschikt zijn. Die ontvankelijk zijn voor het evangelie. Dan zou er geen troost zijn voor echte zondaren en echte goddelozen. Maar als wij een echte goddeloze zijn, dan klinkt het evangelie. Jezus is voor zondaren gestorven. Hij heeft inderdaad lief degenen die hem haten. Vraag dat maar eens aan Paulus, die vol verwondering uitroept: die mij heeft liefgehad en zichzelf voor mij heeft prijsgegeven. Te groot voor mij, maar niet te groot voor hem. Zo zal ik hem eeuwig groot maken. Omdat hij het waard is. Amen.