Naar homepage
Groot Nieuws

25 oktober: Ik kan alles

  1. Nieuwschevron right
  2. 25 oktober: Ik kan alles

Een goede start op zondagmorgen met Groot Nieuws. Gewijde muziek en een meditatie van Dirk Breure, predikant van de Hervormde Gemeente te Waarder. Zijn thema luidt: Ik kan alles, en is gekozen naar aanleiding van Filippenzen 4: 10-13.

Dirk Breure

Groot Nieuws

Muziekgegevens

1) Psalm 95: Komt, laat ons samen Isrels Heer, geen bundel

2) Psalm 47: Juicht o volken juicht, geen bundel

3) Voor U, Heer, leef ik, Uit Aller Mond lied 171

4) Gebed, geen bundel

5) Heer, Gij zijt mijn eeuwig erfdeel, Joh. De Heer gez. 125

6) Jezus is de ware wijnstok, geen bundel

7) Psalm 84: Welzalig hij, die al zijn kracht, geen bundel

8) Ik vermag alle dingen, Opwekking 122

9) Ik heb een Heiland, Die leeft om te bidden, Joh. De Heer gez. 575

10) Bron van licht en leven, Opwekking 180

11) Eens zal op de grote morgen, Joh. De Heer gez. 199

12) Zijn Naam is wonderbaar, Opwekking 4

13) The Prayer, geen bundel

Meditatie

Filippenzen 4:13: “Ik vermag alle dingen door Christus die mij kracht geeft”

Dat is wat! Ik kan alles. Wie zegt dat wel eens? Een kind, ik kan alles. U glimlacht dan en denkt: het leven zal je nog wel anders leren. Andere mensen zeggen het misschien niet, maar stralen het wel uit: ik kan alles bereiken wat ik wil. Niemand houd mij tegen. We kunnen het. Ons bedrijf uitbreiden, het coronavirus eronder krijgen, de wereld veroveren met ons product, de verkiezingen winnen. Wij kunnen het!

Nou, dan denk je bij jezelf: is Paulus hier zo bezig? Als een ondoordacht knd, een hoogdravende politicus. Nee, nee dat is niet zo. Ik wil graag met u kijken naar wat Paulus eigenlijk bedoelt met: alle dingen?

Paulus heeft tijden gekend dat hij overvloed had, maar ook dat hij vernederd werd, En in dat verband belijdt hij: al die tijden, al die verschillende omstandigheden kan ik aan, door al die tijden heen blijft het leven met de Heere op peil, in al die tijden is de vreze des HEEREN mij genoeg.

Paulus belijdt dus: ik heb de kracht, ik kan het aan, om voorspoed te hebben, om mee te maken dat alles naar wens verloopt. Gezond, vrij man, gelukkig in huwelijk en gezin, genoeg werk en inkomen, vele fijne contacten in mijn vriendengroep, royaal huis. Ik kan dat aan. Ik heb daar de kracht voor. Hoezo moet je daar kracht voor krijgen?

Nou, die voorspoed. In het licht van de Bijbel ga je zien: ik vergeet God dan zo makkelijk. Ik denk nauwelijks meer aan de eeuwigheid. Sterven of de wederkomst duw ik maar weg. Ja, ik wil zelfs nog steeds meer. Ik heb nu veel, maar nog iets mooier en meer zou wel je van het zijn. Afhankelijk ben je steeds minder. En tenslotte wordt je er hoogmoedig van en trots op.

Maar wat belijdt Paulus? Ik kan voorspoed aan. Ik ben in staat om voorspoed te hanteren. Om in voorspoed toch afhankelijk te blijven, juist nederig te zijn en dankbaar. Toch te denken, te blijven denken aan de eeuwigheid en het sterven. En hoe meer ik krijg, niet meer ik hebben wil, maar hoe meer ik weg wil geven.

Maar vooral bedoelt Paulus te zeggen: ik kan tegenspoed aan, ik ben in staat om tegenspoed te hanteren en om in tegenspoed in het geloof te blijven.

Dat is ook een zegen! Want tegenspoed, slechte uitslag, teleurstelling, geen werk meer, noem maar op, dat heeft de verzoeking in zich om moedeloos te worden. Om wanhopig te worden, je door God vergeten te voelen. En daarom opstanding, kwaad op God. En de verzoeking om je alleen maar te focussen op voorspoed. En te denken: God zoeken en dienen komt wel weer als ik eerst maar weer de boel op de rit heb.

Maar wat belijdt Paulus? Ik kan tegenspoed aan. Ik ben in staat om daarin gelovig, dichtbij God, te blijven. Door Christus Die mij kracht heeft. Kracht geeft om vergenoegd te zijn.

Vergenoegd. Je hoort het woord ‘genoeg’ erin. Ik vind het altijd genoeg. Omdat ik weet dat God, mijn hemelse Vader het toedeelt. Hij schikt mij alles toe. En dan is het altijd genoeg. Genoeg omdat ik niets verdiend heb. Omdat ik alle recht verspeeld heb door de zonde. Omdat ik Gods toorn verdiend heb. Omdat ik zie wat ik verdiend heb op Golgotha: Geen eten, geen drinken, pijn, geen pijnstilling, vloek en toorn Gods. En wat ik heb ik? Vergeving van zonden, vrede met God om Jezus wil. Toegang tot de genadetroon met vrijmoedigheid. Ik heb een Voorspraak in de hemel. Jezus. En ik heb een Vader in de hemel Die voor mij zorgt. Door Christus Jezus. Paulus verwijst naar Christus. Aan Hem heeft Hij dat te danken.

Van een collega hoorde ik pas het voorbeeld van een handschoen. Je kunt een handschoen hebben en die ligt op de grond of op tafel. Daar ligt hij. Die handschoen doet niks. Die ligt er over een week nog, op dezelfde plek en heeft niks gedaan. Totdat iemand komt die zijn hand in de handschoen steekt en ermee aan het werk gaat.

Kijk, ik ben als een handschoen: ik kan niets. Maar als Christus Zijn hand erin steekt, dan doet Hij er van alles mee. Dan zorgt Hij dat ik alles aankan, in voorspoed dankbaar, in tegenspoed geduldig verwachtend. Door Hem Die mij kracht geeft. Door Christus, Die alle macht heeft in hemel en op aarde. Om het te geven aan wie Hij wil. Het hemels schathuis vol van kracht. Neem mijn leven Heere Jezus in Uw hand.

Ik kan alles aan in Christus. In gemeenschap met Hem. Als een rank die sap uitzuigt, uittrekt uit de wijnstok. De rank vraagt ahw sap uit de wijnstok. Vragend, smekend en zo in Hem kracht vinden. Dat is gemeenschap met Christus oefenen. Dat is gebed en smeking. Mijn leegte brengen bij Zijn volheid. Mijn zwakte, onmacht brengen bij Zijn kracht. Mijn armoede brengen bij Zijn rijkdom. Mijn schuld en zonde bij Zijn offer. Mijn onmogelijkheid brengen bij Zijn heerlijkheid. Wat een zegen als dat onze belijdenis mag zijn.

Dan heb ik geleerd dat dit leven voorbereiding is. Dat dit leven oefenschool is voor de eeuwigheid. Om daar God te loven en te verheerlijken en te danken. Het sterven is het begin van de eeuwigheid.

Als we denken dat sterven het einde is leven we heel anders. Dan telt niet mee wat hierna komt voor ons. Dan leven we alsof we hier en nu moeten genieten, hier en nu het meemaken en het hebben. Alsof sterven voor ons het einde van alles is. Leef jij zo? Leeft u zo? Dan blijkt straks dat dat niet zo is. Dat sterven het begin is van de eeuwigheid, waar je niet op voorbereid bent. Onbekeerd geleefd en onverzoend, zonder geloof in Jezus, gestorven.

Of belijdt u met Paulus mee: ik heb geleerd, of: ik ben aan het leren om vergenoegd te zijn met wat ik ben en heb. Op weg naar het begin. Begin der eeuwigheid. Voor ieder die in Jezus Christus is het begin der heerlijkheid. Voorspoed leert me: wat is God goed. Zo goed en straks nog veel meer. Tegenspoed leert me: zo betrekkelijk is het hier en nu, zo kortstondig is dit te leven. De leerschool voor een mens voor wie het sterven het begin is. Begin van de heerlijkheid.