Naar homepage
Groot Nieuws

17 januari: De Levensboom

foto: EO
  1. Nieuwschevron right
  2. 17 januari: De Levensboom

Deze week start de jaarlijkse gebedsweek. Daarom ook in Groot Nieuws ruimte voor dit thema in de muziek en de meditatie. Richard Santinge, voorganger van Stadskerk de Wijngaard in Leeuwarden, mediteert over Genesis 2: 8-9 onder het motto ‘De Levensboom’.

Richard20 Santinge

Groot Nieuws

Muziekgegevens

1) Psalm 118: Laat ieder ’s Heeren goedheid loven, geen bundel

2) Machtig God, sterke Rots, Joh. De Heer gez. 92

3) Nu bidden wij met ootmoed en ontzag, LvdK gez. 95

4) Kom tot de Vader, Opwekking 599

5) U bid ik aan o macht der liefde, ELG 284

6) Ik kan niet zonder U, geen bundel

7) Psalm 43: Geduchte God, hoor mijn gebeden, geen bundel

8) Blijf bij mij Heer, Ned. Herv. Bundel gez. 282

9) Geest van hierboven, LvdK gez. 477

10) Dat ons loflied vrolijk rijze, Joh. De Heer gez. 34

11) U zal ik loven Heer, Opwekking 145

12) Blijf bij mij Heer, LvdK gez. 392

Meditatie

Voorbij Leeuwarden Noord, ergens tussen de dorpen Jelsum, Cornjum, Wyns en Lekkum ligt mijn tuin. De Dokkumer Ee, die hier al eeuwen dromerig stroomt, vertraagt er de tijd. Het grootste deel van het jaar wordt het landschap bepaald door grazende koeien en rustende weidevogels. Soms, in de schemering van de late avond of vroege ochtend, laten reeën zich voorzichtig zien. Vanwege een constante zeebries is het wuivende riet vaak het enige hoorbare geluid. Wandelen in mijn tuin zorgt voor innerlijke ruimte en rust. Op die momenten van verstilling kan het zomaar gebeuren dat het heilige zich aan mij opdringt. Er komt ruimte voor de stem van de Geest en bidden wordt luisteren net als in die oorspronkelijke tuin in Genesis:

‘God, de Heer, legde in het oosten, in Eden, een tuin aan en daarin plaatste Hij de mens die Hij had gemaakt. Hij liet uit de aarde allerlei bomen opschieten die er aanlokkelijk uitzagen, met heerlijke vruchten. In het midden van de tuin stonden de levensboom en de boom van de kennis van goed en kwaad’ (Genesis 2:8-9).

Wanneer ik deze woorden uit Genesis op mij in laat werken dan worstel ik wel eens met de vraag hoe ik dit gedeelte moet lezen en verstaan. Historische gegevens over de landstreek Eden in het oude Mesopotamië ten Oosten van Israël, worden bijna achteloos afgewisseld met twee symbolische bomen: de levensboom en de boom van de kennis van goed en kwaad. Hebben we hier te maken met feit of fictie, mythe of werkelijkheid? Mythe heeft voor sommige mensen een negatieve klank omdat het tegenover – ‘dat wat echt gebeurd is’ - staat. Maar doen we wel recht aan de Bijbel wanneer we symboliek radicaal scheiden van werkelijkheid? De Engelse theologe Karin Armstrong zegt treffend:

‘Sinds de achttiende eeuw hebben we een wetenschappelijke opvatting van de geschiedenis ontwikkeld; we houden ons in de eerste plaats bezig met wat er feitelijk is gebeurd. Maar als de mensen in de premoderne wereld over de wereld schreven, hadden ze meer belangstelling voor wat een gebeurtenis had betekend. Mythen betroffen gebeurtenissen die in zekere zin maar eenmaal hadden plaatsgevonden, maar ook van alle tijden waren. Omdat wij een strikt chronologische opvatting van de geschiedenis op na houden, hebben we geen woord voor dergelijke gebeurtenissen, maar mythologie is een kunstvorm die verder kijkt dan de geschiedenis, onze blik richt op wat in het menselijk bestaan tijdloos is, en ons helpt achter de chaotische stroom van toevalligheden een glimp op te vangen van de kern van de werkelijkheid’.

Maar wat is die glimp van de werkelijkheid waar de levensboom en de boom van de kennis van goed en kwaad over spreken? Het gaat hier ten diepste om een eeuwenoude en universele vraag: bij wie hoor ik? De boom van de kennis van goed en kwaad symboliseert de autonome mens. Autonoom bestaat uit twee Griekse woorden autos (zelf) en nomos (wet). Het gaat om het streven zelf tot wet te zijn. Zelf te bepalen hoe je in het leven staat en zelf bepalen wat goed en kwaad is. Ergens klinkt dat aantrekkelijk en appelleert het aan de neiging om onafhankelijk te willen zijn, net als die verloren zoon waar Jezus eens over vertelde. Deze zoon zei:

‘Vader geef mij het deel van de erfenis waarop ik recht heb. Na enkele dagen verzilverde de jongste zoon zijn bezit en reisde naar een ver land, waar hij een losbandig leven leidde en zijn vermogen verkwistte’. Toen hij alles had uitgegeven, werd het land getroffen door een zware hongersnood en begon hij gebrek te lijden’ (Lucas 15:11-14).

Deze drang naar onafhankelijkheid had als prijs dat hij zich losmaakte van zijn vader en autonoom werd. Het herinnert ons aan die andere woorden in Genesis:

‘Van alle bomen in de tuin mag je eten, maar niet van de boom van de kennis van goed en kwaad; wanneer je daarvan eet, zul je onherroepelijk sterven’ (Genesis 3:16-17).

Volledige autonomie drijft je weg van de Schepper van hemel en aarde die eveneens een liefdevolle Vader is. Je wordt op jezelf teruggeworpen en mist de nabijheid en zicht op de levensboom. Wat overblijft is de soms ondraaglijke opgave om steeds maar zelf te moeten bepalen wat goed en kwaad is. Het is net als die constante duivelse keuze in coronatijd, de keuze tussen gezondheid en economie: ‘en jij moet kiezen, de bewijslast ligt bij jou’!

De levensboom is de heerlijke tegenhanger van autonomie en symboliseert de mens die afhankelijk is van God. Deze afhankelijke mens is niet autonoom maar theonoom. Theonoom bestaat ook uit twee Griekse woorden: Theos, dat God betekent en nomos (wet). Het is de mens die de God van Israël als hulp heeft. Het is een heerlijke afhankelijkheid van Hem die het leven zelf is. De Eeuwige die ons gemaakt en gewild heeft en jou wil vervullen met Zijn Aanwezigheid en Wijsheid.

In het boek Spreuken (13:12) komen we de levensboom opnieuw tegen:

‘Almaar onvervulde hoop maakt ziek, maar vervuld verlangen is een levensboom’

Wanneer ik in mijn tuin voorbij Leeuwarden Noord, ergens tussen de dorpen Jelsum, Cornjum, Wyns en Lekkum wandel dan kan het zomaar gebeuren dat het heilige zich aan mij opdringt. Meestal in de vorm van een indruk die zich laat herleiden tot de vraag: van welke boom eet jij? Soms moet ik eerst een tijdje wandelen voordat ik deze twee bomen van elkaar kan onderscheiden. Pas wanneer ik langzaam afdaal van mijn hoofd naar mijn hart ontstaat er een innerlijke dialoog zonder woorden, daar waar geloven overgaat in een innerlijk weten. Psalm 131 vergelijkt dit met de geborgenheid van een gespeend kind bij zijn moeder. Vanuit deze geborgenheid wordt bidden luisteren en luisteren bidden. Paulus zegt daarover:

‘De Geest helpt ons in onze zwakheid; wij weten immers niet wat we in ons gebed tegen God moeten zeggen, maar de Geest pleit voor ons met woordeloos zuchten. God, die ons doorgrondt, weet wat de Geest wil zeggen. Hij weet dat de Geest pleit voor allen die Hem toebehoren’ (Romeinen 8:26-27).

De verloren zoon kwam uiteindelijk tot de ontdekking dat onvervulde hoop ziek maakt. In de liefdevolle omhelzing van zijn vader werd de toegang tot de levensboom voor hem geopend. Ik wens jou toe dat de heilige Geest je in deze week van gebed je mag leiden naar de levensboom.